Zomertortel

Wetenschappelijke naam

Streptopelia turtur

Engelse naam

European Turtle Dove

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

10.000-12.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij groot aantal

Zomertortel

Streptopelia turtur

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

30 april t/m 20 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Zang (meestal uit boomtop of struik), balts (in vluchtje), paartjes in broedbiotoop (blijven dicht bij elkaar), verdachte vogel (gedurende langere tijd op geëxponeerde plek zittend) en aanwijzingen voor nest: nestbouw (aanvoer dunne takjes), met veel geklapper uit dichte boom/struik opvliegende vogel (kan goed van nest komen), grote jongen (zitten stil vlakbij nest, soms al voordat ze kunnen vliegen).
LET OP: Zang is soms moeilijk te lokaliseren en over grote afstand te horen. Vrouwtjes zingen soms (maar zachter dan mannetjes), zang in foerageergebied (kan op grote afstand van nest liggen) komt wel eens voor. Foeragerende vogel zegt op zich niets (kan van elders of evt. trekker zijn).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-6 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 30 april t/m 20 juli
bij 7-13 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 30 april t/m 20 juli
bij 14+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 30 april t/m 20 juli

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Bezet nest is ook bij afwezigheid van broedvogel te herkennen: veel kleiner dan van Houtduif, en vervaardigd van dunne takjes (incidenteel op oud nest van andere soort). Eieren (kleiner dan Houtduif) soms vanaf de grond door de nestbodem zichtbaar. Na uitvliegen van de jongen is de nestrand bezaaid met drolletjes. PAS OP: soort is verstoringsgevoelig. Verlaat direct de omgeving van een toevallig gevonden nest, want de witte eieren vallen iedere predator onmiddellijk op.

Broedbiologie

Broedt in open, veelal jong bos, kleinschalig cultuurlandschap met dichte grote struiken, niet (meer) in bebouwde omgeving. Eileg van half mei tot eind juli, 2 eieren, broedduur 13-16 dagen, nestjongenperiode 18-23 dagen, jonge vogels vliegvlug op leeftijd 25-30 dagen.

Broedtijd

Zomertortels broeden vooral in kleinschalig agrarisch landschap met een hoog aandeel akkerbouw. Ze mijden zowel het open cultuurlandschap als gesloten bosgebieden en bebouwing. De soort was rond 1975 vrij talrijk en wijd verspreid. Sindsdien werd de stand gaandeweg gedecimeerd en raakten grote delen van het land hun Zomertortels kwijt, vooral in West- en Noord-Nederland. De afname treedt ook elders in West-Europa op. In de broedgebieden kampt de soort met voedselproblemen door het verdwijnen van onkruiden, in de West-Afrikaanse overwinteringsgebieden worden slaapbossen gekapt en treedt periodiek grote droogte op. Bovendien sneuvelen forse aantallen Zomertortels door intensieve jacht in Zuidwest-Europa en Afrika.

Buiten broedtijd

Zomertortels zijn aanwezig van eind april tot eind september. Doortrek van buitenlandse vogels valt amper te verwachten omdat ons land aan de uiterste noordwestrand van het broedareaal ligt. De Nederlandse vogels komen vooral in mei aan en zijn half augustus merendeels weer vertrokken. In het verleden concentreerden zich in mei en eind juli/begin augustus soms tientallen of zelfs meer dan 100 Zomertortels op voedselrijke plekken. Zulke samenscholingen worden sinds ongeveer 1990 vrijwel niet meer gemeld.