Zwarte Stern

Wetenschappelijke naam

Chlidonias niger

Engelse naam

Black Tern

Rode Lijst

Bedreigd

Ramsar 1%

4000

Broedpopulatie

1475-1625 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

15000-28000, aug (2009-2014)

Zwarte Stern

Chlidonias niger

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Begin mei t/m juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Nesten tellen gehele dag, volwassen paren/individuen tellen in vroege ochtend, namiddag of vroege avond.

Aanwijzingen

Bij voorkeur bezette nesten tellen. Dit minimaal eenmaal doen vanaf een punt met goed uitzicht (anders indien mogelijk per boot), liefst half juni (noteer bij uitgelegde vlotjes de aanwezigheid per vlot, evt. met een situatieschets). Indien onmogelijk om nesten te tellen, moeten paren of volwassen individuen op de broedplaats worden geteld (zelfde periode).
Let op voedselvluchten (tot meer dan enkele km van de kolonie, vogels kunnen dan alarmeren) en invallende vogels op potentiële broedplaats. Bij solitaire paren en kleine kolonies kunnen alarmerende paren worden geteld, maar controleer of het inderdaad een broedplaats betreft. Let op regelmatig opvliegende en neerstrijkende vogels op potentiële broedplaats.

Interpretatie

Hoogste aantal nesten, alarmerende paren of volwassen individuen aanhouden (aantal individuen delen door 1,5). Waarnemingen van paren alleen noteren als territorium- of broedindicerend gedrag is vastgesteld. Daarbij de bijbehorende hoge broedcode gebruiken.

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Vestiging mogelijk tot in juni; let ook op overzomerende niet-broedvogels. Door verstoring soms verplaatsingen en na mislukking in een vroeg stadium volgt vaak een vervolglegsel (niet noodzakelijkerwijs op precies dezelfde plek).
Bij telling van paren/individuen is zowel onderschatting mogelijk (vaak zijn er minder vogels aanwezig in de kolonie dan er paren zijn) als overschatting (bij onraad kunnen adulte vogels uit naburige kolonies 'mee-alarmeren'met de buren).

Broedbiologie

Uitsluitend in zoete milieus broedend. Biotoop: moerassen, vennen en sloten (veenweidegebied). Nestelt meestal op drijvende vegetatie of (en in sommige gebieden vrijwel uitsluitend) op uitgelegde vlotjes.
Eén broedsel per jaar. Meestal 3 eieren, broedduur 20-22 dagen, nestjongenperiode 25-28 dagen (maar jongen kunnen het nest al vanaf de tweede week voor langere tijd verlaten). Eileg van eind april tot eind juni, piek in mei.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Eind mei tot juli. Legpiek in de eerste weken van juni. Eén broedsel per jaar. Bij verlies in een vroeg stadium soms vervolglegsel.

Nesthabitat

Ondiep stilstaand zoet of brak water met een rijke vegetatie. Ook ondergelopen weilanden, oude sloten (‘wijken’), vloeivelden en vennen.

Nest

Bestaat uit waterplanten uit de omgeving drijvend op het water, indien aanwezig graag tussen krabbescheer. Soms op kleine modderbanken. Broedt graag op door mensen gemaakte nestvlotjes. Het legsel bestaat doorgaans uit drie eieren, soms twee en zelden vier.

Aanwijzingen

Broedt meestal in kolonies, een enkele keer solitair. Zwarte Sterns reageren fel op indringers en laten daarbij een schel ‘kieuw’ of ‘kriek’ horen. Bij dit gedrag ben je in de buurt van een nest of de jongen.

Attentie

Zwarte sterns zijn over het algemeen niet bijzonder gevoelig voor verstoring maar wees wel voorzichtig in de vestigingsfase. Dit geldt ook voor de kuikenfase. Bij het betreden van de kolonie zwemmen kuikens van het nest en verstoppen zich tussen de vegetatie. Ze zijn dan zeer kwetsbaar en gevoelig voor kou en predatie (snoek). Nesten controleren inclusief jongen is specialistenwerk (enclosures), neem daarvoor contact op met nestkaart@sovon.nl.

Bijzonderheden

In Nederland is de Zwarte Stern de algemeenste van de drie Europese moerassterns. Witvleugelstern en Witwangstern broeden incidenteel in ons land. Wees attent op de mogelijke aanwezigheid van deze soorten. De nesten en eieren van Zwarte Stern en Witvleugelstern zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden.

Meer informatie

Tijd van het jaar

Half april-begin juni en eind juli-oktober, hoogste aantallen half augustus-begin september.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 2 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot vele tientallen, soms veel meer
- Soms gemengd met andere sterns of meeuwen
- Foeragerende vogels leggen grote afstanden af

Tijd van het jaar

Juli-oktober, hoogste aantallen juli-augustus.

Tijd van de dag

Avond: van 2 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna, max. rond zonsondergang
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot zonsopgang.
Beste tellen in avond (ochtendvertrek soms snel en massaal)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats op zandplaten, slik, ondiepe open wateren, opgespoten terrein, pieren, en strekdammen
- Aanvliegende vogels bij slaapplaats gewoonlijk vrij laag
- Vogels kunnen nog in donker arriveren
- In IJsselmeergebied vaak in enorme aantallen en gepiekt samenkomend op één enkele slaapplaats (b.v. de Kreupel)
- Op grotere slaapplaatsen in teamverband tellen

Broedtijd

De huidige verspreiding concentreert zich in de laagveengebieden van Zuidoost-Friesland, Noordwest-Overijssel, Zuid-Holland en Utrecht, naast delen van het oostelijk rivierengebied. Het broeden op de hoge gronden was tot ver in de twintigste eeuw normaal, maar is inmiddels (nagenoeg) verdwenen. In de eerste decennia van de twintigste eeuw nestelden er vermoedelijk tot 20.000 paren in ons land. Dit aantal nam af tot rond 1300 omstreeks 1990 en bleef sindsdien stabiel. De afname werd in eerste instantie veroorzaakt door ontginning en verdroging van broedplaatsen. In recentere tijden is voedselgebrek het grootste probleem. Zo verdween de soort uit voedselarme hoogveenplassen tegelijk met de vis, een gevolg van verzuring. Gebrek aan nestgelegenheid in voedselrijke wateren, met name door het verdwijnen van Krabbenscheer, wordt regionaal ondervangen door het uitleggen van nestvlotjes.

Buiten broedtijd

Zwarte Sterns zijn aanwezig van half april tot in oktober. De meeste voorjaarstrek wordt in de eerste helft van mei geconstateerd. De najaarstrek speelt zich af tussen eind juni en eind september. In juli, (vooral) augustus en begin september verzamelen zich enorme aantallen in het IJsselmeergebied. Het gaat om vogels die, gezien de aantallen, van ver oostelijk moeten komen. Overdag vissen ze of vangen ze insecten, 's nachts gebruiken ze gezamenlijke slaapplaatsen. De belangrijkste slaapplaats lag aanvankelijk op Balgzand en Wieringen, recent echter op het eilandje De Kreupel. De aantallen namen af van soms 100.000 ex. in de jaren tachtig en negentig tot rond 20.000 omstreeks 2010.