Dwergstern

Wetenschappelijke naam

Sternula albifrons

Engelse naam

Little Tern

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

220

Broedpopulatie

850-925 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

Dwergstern

Sternula albifrons

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen individuen/paren op broedplaats tellen.

Tijd van het jaar

Begin mei t/m eind juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Tellen van nesten de gehele dag, tellen van volwassen individuen of paren (kleine kolonies) het best in de vroege ochtenduren of late namiddag-vroege avond (binnenland) en bij hoog water (getijdengebieden).

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal nesten, paren of volwassen individuen op de broedplaats tellen, bij voorkeur half juni. Nesten zijn soms (bijv. kwelderrand) vanaf verhoging (duintje) goed te tellen. Let op voedselvluchten (tot meer dan 5 km van de kolonie) en vogels op potentiële broedplaats (van enige afstand met telescoop of verrekijker volgen). Bij solitaire paren en kleine kolonies kunnen alarmerende paren worden geteld, maar controleer of het inderdaad een broedplaats betreft.

Interpretatie

Hoogste aantal nesten, alarmerende paren of volwassen individuen aanhouden (aantal individuen delen door 1,5). Waarnemingen van paren alleen noteren als territorium- of broedindicerend gedrag is vastgesteld. Daarbij de bijbehorende hoge broedcode gebruiken.

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Vrijwel uitsluitend in het Wadden- en Deltagebied, een hoogst enkele keer in het IJsselmeergebied. Broedgevallen buiten de bekende gebieden verdienen goede documentatie (liefst met foto's van de vogels, geef ook hoogste broedcode).

Bijzonderheden

Wees bedacht op foeragerende en alarmerende vogels tot op enkele km van de broedplaats. Vestigingen tot in juni; vanaf begin juli rondzwervende paren met jongen. Door overstroming of verstoring soms verplaatsingen.
In de vestigingsperiode verstoringsgevoelig. Soms solitair broedend in of nabij kolonies van Visdief (let op geluid).

Broedbiologie

Vrijwel alleen in zoute milieus broedend. Biotoop: rustige schelprijke stranden, zandplaten en schelpenbanken, strandvlakten, opspuitterreinen, hoge kwelders of deels kale schorren.
Eén broedsel per jaar. Meestal 2-3 eieren, broedduur 20-22 dagen, jongen vliegvlug na 28 dagen. Eileg begin mei tot eind juni, piek tweede helft mei.

Tijd van het jaar

Juli-half september.

Tijd van de dag

Van half uur voor hoogwater tot half uur erna.

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Aanvliegende vogels beter te tellen dan vogels ter plaatse (dichte groepen)
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken

Bijzonderheden

- HVP op schelpenbanken en zandplaten
- Deel van de vogels blijft tijdens hoogwater op open water, soms ver uit de kust
- Vogels in gemengde groepen met andere sterns herkenbaar aan formaat, maar makkelijk te missen

Tijd van het jaar

April-begin juni en juli-half september.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 2 uur voor zonsondergang, tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Vaak samen met andere sterns

Tijd van het jaar

Juli-half september, hoogste aantallen in augustus.

Tijd van de dag

Avond: van 1,5 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot zonsopgang.
Beste tellen in avond (ochtendvertrek soms snel en massaal)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats op schelpenbanken of zandplaten
- Aanvliegende vogels bij slaapplaats gewoonlijk vrij laag
- Vaak gemengd met andere sterns en dan aan formaat herkenbaar

Broedtijd

Dwergsterns broeden vrijwel uitsluitend in het Deltagebied (ruwweg twee derde van de populatie) en het Waddengebied (de rest). Broedgevallen in het IJsselmeergebied komen sinds de jaren tachtig vrijwel niet meer voor. In de eerste helft van de twintigste eeuw nestelden er maximaal 1000 paartjes in ons land. Net als bij Grote Stern, Visdief en mogelijk ook Noordse Stern leed de stand onder vergiftiging met landbouwbestrijdingsmiddelen, zodat er in 1967 slechts 100 paartjes nestelden. Daarna herstelde de stand zich tot maximaal rond 800 paren sinds de eeuwwisseling. De jaarlijkse aantalsverschillen kunnen echter groot zijn.

Buiten broedtijd

Ook buiten de broedtijd worden Dwergsterns bijna alleen in de kuststrook gezien. De voorjaarstrek speelt zich hoofdzakelijk af tussen half april en eind mei. Op goede trekdagen passeren tot enkele honderden vogels. De najaarstrek, lagere aantallen omvattend, vindt plaats tussen begin juli en half september. Mogelijk trekt een deel van de vogels dan 's nachts over land weg.