Grote Mantelmeeuw

Wetenschappelijke naam

Larus marinus

Engelse naam

Great Black-backed Gull

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :3600
Broedpopulatie

64-68 (2016)

Geschat maximum winter

5400-6500 (2013-2015)

Grote Mantelmeeuw

Larus marinus

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Individuen of paren met de kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: baltsende volwassen vogels (let op luide roep), nestbouw, fel alarm (agressief!), vogel in broedhouding, voedseltransport, vogel met pulli etc.
Pas op voor overzomerende volwassen vogels (komt frequent voor, maar de vogels vertonen geen nestindicerend gedrag). Niet volledig uitgekleurde vogels baltsen soms kortstondig en vertrekken vervolgens weer, maar kunnen ook wel tot broeden komen!

Interpretatie

Nest of nestindicerende waarneming. Anders: 2 waarnemingen van volwassen vogels tussen 20 mei - 15 juni.

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Hoogste broedcode opgeven. Broedgevallen buiten Waddengebied, IJsselmeergebied en Delta goed documenteren, met gedetailleerde gegevens per datum.

Bijzonderheden

Broedt sinds 1985 in Nederlandse kustprovincies en IJsselmeergebied, neemt langzaam toe.

Broedbiologie

Bodembroeder, zowel open als tussen hoge grassen nestelend. Bij ons meestal solitair broedend tussen andere meeuwen, maar in buitenland ook in soorteigen kolonies. Eileg half april tot eind mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3 eieren, broedduur 26-28 dagen, jongen (nestvlieders) vliegvlug na 45-50 dagen.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen half augustus-april.

Tijd van de dag

Van 2 uur voor hoogwater tot 1 uur erna.

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Vaak massale aankomst op HVP
- Aanvliegende vogels beter te tellen dan vogels ter plaatse (dichte groepen)
- Deel vogels begint te foerageren bij zakkend water
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken
- In onoverzichtelijke gebieden insteek maken of hoger punt zoeken (maar pas op voor verstoring!)

Bijzonderheden

- HVP op kale zandplaten, kwelders, binnendijkse akkers en graslanden, duinen, pieren, dijken etc.
- Deel van de vogels blijft tijdens hoogwater op open water, soms ver uit de kust

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen september-april.

Tijd van de dag

Van 2 uur na zonsopgang tot 3 uur voor zonsondergang, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Vaak gemengd met andere meeuwen of steltlopers
- Alert reagerend op plotselinge voedselbronnen (visafval over boord gezet, geploegde akker, gemaaid of geïnjecteerd grasland)

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen oktober-april.

Tijd van de dag

Avond: van 2,5 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna
Ochtend: van 1,5 uur voor zonsopgang tot half uur erna
Beste tellen in avond (ochtendvertrek soms snel en massaal)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats in binnenland meestal op grote open plassen, aan de kust op zandplaten, in duinen en op zee
- Aanvliegende vogels bij slaapplaats gewoonlijk vrij laag
- Vaak gemengd met andere meeuwen, zowel in vlucht als op slaapplaats
- Vogels aan formaat doorgaans ook in gemengde groepen herkenbaar