Pontische Meeuw

Wetenschappelijke naam

Larus cachinnans

Engelse naam

Caspian Gull

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

3200

Broedpopulatie

>=1 (2014)

Geschat maximum winter/doortrek

zeer klein aantal

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen oktober-april.

Tijd van de dag

Van 2 uur na zonsopgang tot 3 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair of met enkele bijeen, zelden in grotere groepen
- Vaak samen met andere meeuwen
- Opvallend vaak op (dode) vis foeragerend
- In alle kleden lastig herkenbaar (let vooral op snavel-kopstructuur, poten, vleugelpatroon)
- Vogels gebruiken dezelfde slaapplaatsen als andere meeuwen en zijn daar doorgaans niet te tellen

Broedtijd

In 2012 broedde voor het eerst een Pontische Meeuw, voorheen beschouwd als ondersoort van de Zilvermeeuw, in ons land. Een man vormde met een vrouw Zilvermeeuw een broedpaar en bracht één hybride jong groot.

Buiten broedtijd

De eerste waarnemingen van deze uit Oost-Europa afkomstige meeuw dateren uit 1988, maar het is aannemelijk dat de soort eerder over het hoofd werd gezien. Opbloeiende interesse in het determineren van grote meeuwen leidde tot de ontdekking dat de Pontische Meeuw verre van zeldzaam is. Hij kan in het hele land worden gezien, met enige nadruk op het rivierengebied, grote open wateren en stedelijke omgeving. Open zee wordt evenmin gemeden. In juni en juli zijn Pontische Meeuwen relatief schaars in ons land. De aantallen zijn gewoonlijk het hoogst midden in de winter.