Dwergmeeuw

Wetenschappelijke naam

Hydrocoloeus minutus

Engelse naam

Little Gull

Rode Lijst :Ernstig bedreigd
Ramsar 1% :980
Broedpopulatie

2 (2016)

Geschat maximum winter

200-400 (2013-2015)

Dwergmeeuw

Hydrocoloeus minutus

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Individuen of paren in broedbiotoop met de kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: baltsende volwassen vogels, nestbouw, vogel in broedhouding, fel alarm (niet luid maar wel kenmerkend en aanhoudend, tot op honderden meters van nest).
Broedt tegenwoordig meestal solitair, in het verleden in kolonies tot enkele tientallen paren. Overzomerende niet-broedvogels kunnen alarmeren. Let op of de vogels volledig uitgekleurd zijn.

Interpretatie

Nest of nestindicerende waarneming. Anders 2 waarnemingen tussen 20 mei - 15 juni.

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Uitgebreide documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. Graag - indien van toepassing - details omtrent leeftijden.

Bijzonderheden

Erratisch broedend, met beste kans in Wadden- en IJsselmeergebied, soms ook Delta en binnenland (Friesland).

Broedbiologie

Nestelt in zoete of brakke wateren met veel oevervegetatie of eilandjes, vaak samen met Kokmeeuwen of evt. Zwarte Sterns. Vogels geslachtsrijp na 2-3 jaren. Eileg half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren (soms tot 7, wanneer verschillende vrouwtjes in hetzelfde nest leggen), broedduur 21-25 dagen, jongen (nestvlieders) vliegvlug na 21-24 dagen (maar verlaten al na 1 week de nestplek).

Tijd van het jaar

April-mei en augustus-november, schaars in overige maanden.

Tijd van de dag

Van 2 uur na zonsopgang tot 3 uur voor zonsondergang, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen, lokaal veel meer
- Vaak gemengd met andere meeuwen of sterns
- Vogels bij regen en harde wind als sterns laag boven water insecten vangend
- Soms bij ondiepe plasjes, vaker op (zeer) grote open wateren
- Gebruikt vermoedelijk dezelfde slaapplaatsen als Kokmeeuw
- Net voor vertrek naar slaapplaats liggen Kokmeeuwen vaak op het water terwijl de Dwergmeeuwen nog foerageren