Bosruiter

Wetenschappelijke naam

Tringa glareola

Engelse naam

Wood Sandpiper

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :20100
Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

500-2000 (2008-2012)

Bosruiter

Tringa glareola

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half mei t/m eind juni

Datumgrenzen

1 juni t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in potentieel broedbiotoop (vooral hoogveen met plasjes en opslag) noteren en goed opletten of er aanwijzingen zijn voor broedgeval of territorium: baltsend paar of zingende vogel (vaak in vlucht), nestbouw, alarm (let scherp op aanwezigheid van kleine jongen) etc.
LET OP: Doortrek tot eind mei en vanaf begin juli, soms overzomeraars. Doortrekkers en overzomeraars kunnen baltsgedrag vertonen. Broedvogels gedragen zich veel stiekemer. Enige zekere broedgeval na 1936 vond op voor Nederland atypische locatie plaats (niet in hoogveen maar in Ackerdijkse Plassen ZH).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (alarm, broedende vogel, vogel met kleine jongen) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 juni t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Soort broedde tot en met 1936 in ons land, daarna een hoogst enkele keer. Uitgebreide documentatie derhalve noodzakelijk, met goede beschrijving van broedgedrag (broedcodes).

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in hoogveengebieden, nestelt meestal op de grond (nest goed verstopt in vegetatie) of in lage struik, in Oost- en Noordoost-Europa ook in boomnesten van lijsters of andere soorten.
Duitse gegevens wijzen op eileg tussen eind april en eind mei. Eén broedsel per jaar, meestal 4 eieren, broedduur 22-23 dagen, jongen (nestvlieders) worden door mannetje verzorgd terwijl vrouwtje vaak voor het vliegvlugge stadium (30 dagen) verdwijnt.

Literatuur

Teunissen B. 2005. Na bijna 70 jaar weer broedende Bosruiters in Nederland. Limosa 78: 103-106.

Tijd van het jaar

Half juli tot begin oktober en half april-eind mei, hoogste aantallen eind juli-begin september en eind april-half mei.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Mengt vrij weinig met andere steltlopers, soms met Tureluur, Zwarte Ruiter en Groenpootruiter
- Meest op ondiepe plassen met slikkige oevers, natte gras- of bouwlanden etc.
- Afhankelijk van weersituatie tijdens voorjaarstrek (piek eind april/begin mei) opmerkelijk talrijk of juist schaars
- Tijdens voorjaarstrek soms groepsgewijze balts
- Mogelijk in zeer klein aantal overzomerend (vooral vennen)