Kemphaan

Wetenschappelijke naam

Philomachus pugnax

Engelse naam

Ruff

Rode Lijst

Ernstig bedreigd

Ramsar 1%

12200

Broedpopulatie

20-55 (2008-2011)

Geschat maximum winter/doortrek

6500, mrt-apr (2009-2014)

Kemphaan

Philomachus pugnax

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Solitaire hennen in broedbiotoop tellen en letten op nestindicerend gedrag: hen houdt waarnemer in de gaten, vliegt om indringer heen, vertoont afleidingsgedrag, alarmeert.
Baltsende hanen vormen in de regel geen goede indicatie van het aantal broedgevallen. Aanwezigheid van 1-3 mannetjes in broedbiotoop (vaak 'zwartkraagjes' zonder duidelijke baltsplek) in mei kan echter aanwijzing zijn voor broedverdachte hennen. Broedgevallen kunnen plaatsvinden in gebieden waar geen baltsplaatsen zijn. Tel alleen broedverdachte vrouwtjes.
Broedend vrouwtje erg onopvallend; zoekt elders voedsel en komt omzichtig terug naar nest (vliegt er eerst overheen, loopt dan stiekem terug). Vrouwtje in late eifase of met kuikens vliegt met vleermuisachtige (houtsnipachtige) vlucht cirkelvormig om waarnemer heen en brengt zacht knorrend, meestal drietonig geluid voort ('nuk-nuk-nuk', wat lijkend op Kanoet). Vrouwtjes met pulli (nadrukkelijk alarmerend) zitten graag langs slootranden en in overbegraasde percelen waar geen vee meer loopt.
Doortrekkende vrouwtjes veelal in groepjes en andere biotopen (ondiepe wateren), bezoeken geen hoge vegetaties.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult vrouwtje in broedbiotoop:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Meeste Kemphanen broeden thans in Noord-Holland en Friesland. Broedgevallen elders graag goed documenteren, met hoogste broedcode per datum.

Bijzonderheden


Broedbiologie

Nestelt in open, weinig bemeste graslanden met veel vegetatiestructuur, tegenwoordig vrijwel uitsluiten in reservaten. Geen paarbinding, mannetje bevrucht vrouwtje dat op zeer grote afstand tot broeden kan komen en alleen de broedzorg heeft. Nesten meest op hogere, met ijl gestructureerde vegetatie bedekte bodemdelen in nat grasland, nabij ondiep water. Eileg eind april tot eind mei. Eén broedsel per jaar, meestal 4 eieren, broedduur 20-23 dagen, jongen (nestvlieders) na 25-27 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen juli-oktober en eind februari-mei.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 2 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Bij grote gebieden of erg veel vogels: in teamverband tellen
- Anticiperen op verstoring door anderen
- Oppassen voor zelf veroorzaakte verstoring (dicht naderen, hard klappen met autodeur)

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Soms gemengd met meeuwen of andere steltlopers
- Op grasland, akkers (ook stoppels) en ondiepe plassen
- Mannetje en vrouwtje opmerkelijk verschillend qua grootte en tekening (uitsplitsing groepen per geslacht zinvol)
- Doortrekkende mannetjes soms op een tijdelijke baltsplaats
- Echt grote groepen zeldzaam geworden

Tijd van het jaar

Eind februari-half mei (hoogste aantallen half maart-eind april), en eind juni-begin oktober (juli-augustus).

Tijd van de dag

Avond: van 1,5 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna.
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot half uur erna.
Tellen in avond verdient lichte voorkeur.

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaatsen in waterrijke gebieden met ondiep zoet water, graslanden en oevers van plassen
- Aankomende vogels doorgaans laag vliegend en direct invallend
- In vergelijking met andere steltlopers zwijgzaam
- Na verstoring soms verkassend naar andere slaapplaats.

Broedtijd

Als broedvogel is de Kemphaan bijna uit ons land verdwenen. De laatste broedvogels houden zich op in extensief benutte graslanden (meest met aangepast beheer) in Friesland en Noord-Holland. Begin twintigste eeuw was de Kemphaan nog een lokaal algemene broedvogel, met een ruime verspreiding over de lage delen van het land en een plekgewijs voorkomen elders. Nog in 1950, ondanks een gemelde afname, werd het aantal broedende vrouwtjes geschat op ten minste 6000. Daarna ging het verder bergafwaarts, waarbij een tijdelijke opleving in het in 1969 drooggelegde Lauwersmeer enige tijd soelaas bood (maximaal 400 broedende vrouwtjes rond 1983). Afname is ook in andere delen van Noordwest-Europa het geval. Bij ons werd hij veroorzaakt door verlaging van grondwaterpeil, intensieve bemesting, zware beweidingsdruk en andere bijverschijnselen van de moderne landbouw.

Buiten broedtijd

Kemphanen zijn het hele jaar in ons land te zien, met de hoogste aantallen in maart-april en in juli. Tijdens de trek kunnen ze overal opduiken, maar echt grote concentraties zijn vrijwel voorbehouden aan Friesland (voorjaar). De kleine aantallen overwinteraars concentreren zich met name in Zeeuws-Vlaanderen. De aantallen doortrekkers zijn drastisch verminderd. Tot ongeveer 2000 werden in Friesland in het voorjaar aantallen van 50.000 Kemphanen geteld. Sindsdien zakte dit tot minder dan 10.000. Kemphanen die voorheen via Nederland naar de noordoostelijke broedplaatsen trokken, blijken dit in toenemende mate te doen via pleisterplaatsen in Oost-Europa.