Strandplevier

Wetenschappelijke naam

Charadrius alexandrinus

Engelse naam

Kentish Plover

Rode Lijst :Bedreigd
Ramsar 1% :660
Broedpopulatie

130-145 (2016)

Geschat maximum winter

0-5 (2013-2015)

Strandplevier

Charadrius alexandrinus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag maar balts vooral 's ochtends. In getijdengebieden vooral bij laag water.

Aanwijzingen

Paren tellen en individuen met territoriaal of nestindicerend gedrag: balts, vogel in gebukte houding lopend (vaak van nest komen, pas op enige afstand normale houding), broedende vogel (soms zichtbaar op nest bij nauwkeurig met kijker afzoeken van terrein), alarm (incl. afleidingsgedrag: 'gebroken vleugel'), oude vogels met pulli. Ook nerveus heen en weer lopende solitaire vogels of paren.Individuen in broedbiotoop als aanvulling meenemen; groepjes (doortrekkers) niet.
Kan onder gunstige omstandigheden semi-koloniaal broeden. Dan met kijker of telescoop langdurig observeren en zo mogelijk mannetjes (roodbruine kopkap en nek, duidelijke voorhoofdband, donkere vlek zijborst) en vrouwtjes (geen roodbruin op kop, minder duidelijke voorhoofdband, lichtere borstvlek) apart tellen.
In gebieden met hoge dichtheden alarmeren broedvogels soms groepsgewijs rond waarnemer. Ook omgekeerde komt voor: amper alarm, vogel loopt weg tot op enige afstand.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 15 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Tegenwoordig vrijwel geheel gebonden aan zoute milieus, een enkele keer in IJsselmeergebied. Broedgevallen elders graag goed documenteren, met hoogste broedcode per datum.

Bijzonderheden

Indien het onmogelijk is om paren te onderscheiden, moet het hoogste aantal mannetjes of vrouwtjes worden aangehouden. Vestigingen tot in juni, broedvogels (bij hoge dichtheid) tot kort voor eileg in groepen.

Broedbiologie

Nestelt in open kustgebieden met veel dynamiek en weinig vegetatie, vooral op nieuw aangelegde eilanden, in jonge duintjes, zeer kort gegraasde kwelders, rustige stranden, soms op bouwterreinen etc. Solitair broedend of in losse 'kolonies' (nesten op enkele meters afstand van elkaar mogelijk), en dan vaak met Dwergsterns samen. Eileg vooral in mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3 eieren, broedduur 23-29 dagen, jongen (nestvlieders) na 27-31 dagen vliegvlug; worden door beide ouders gevoerd.

Tijd van het jaar

Maart-oktober, hoogste aantallen juli-september.

Tijd van de dag

Van 2 uur voor hoogwater tot hoogwater

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken

Bijzonderheden

- HVP op kwelders/schorren, hoge zandplaten, stranden, oevers van zoute of brakke wateren, ook op grasland of geploegde akkers
- Vaak samen met andere steltlopers
- Vogels vaak achter richel, plant of oneffenheid liggend

Tijd van het jaar

Maart-oktober, hoogste aantallen juli-september.

Tijd van de dag

Gehele dag, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepjes tot een tiental
- Tegenwoordig zeldzame soort in Waddengebied en schaars in Delta, heel weinig elders
- Doorgaans op ondiepe plassen met slikkige of zandige oevers, ook wel op akkers etc.
- Soms samen met andere steltlopers