Bontbekplevier

Wetenschappelijke naam

Charadrius hiaticula

Engelse naam

Common Ringed Plover

Rode Lijst :Kwetsbaar
Ramsar 1% :2400
Broedpopulatie

350-400 (2016)

Geschat maximum winter

470-710 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

12.400-29.400, aug-sep,mei (2012-2017)

Bontbekplevier

Charadrius hiaticula

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m augustus

Datumgrenzen

30 april t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag maar balts vooral 's ochtends en in avond.

Aanwijzingen

Paren tellen en individuen met territoriaal of nestindicerend gedrag: balts, vogel in gebukte houding lopend (vaak van nest komen, pas op enige afstand normale houding), broedende vogel (soms zichtbaar op nest bij nauwkeurig met kijker afzoeken van terrein), alarm (incl. afleidingsgedrag: 'gebroken vleugel'), oude vogels met pulli. Ook nerveus heen en weer lopende solitaire vogels of paren. Individuen in broedbiotoop als aanvulling meenemen; groepjes (doortrekkers) niet.
LET OP: In mei nog doortrek van hoogarctische vogels, vooral in getijdengebieden (ondersoort tundrae). Deze houden zich veelal op in groepen, alarmeren niet en laten zich wegjagen door territoriumhouders. Beste is te tellen tijdens laag water en uit te gaan van vogels die baltsen of alarmeren.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 30 april t/m 15 juli

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 juni t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Vrijwel geheel gebonden aan zoute en brakke gebieden, kustprovincies en, veel schaarser, IJsselmeergebied. Broedgevallen dieper landinwaarts graag goed documenteren, met hoogste broedcode per datum.

Bijzonderheden

Vogels in IJsselmeergebied op akkerland broedend.

Broedbiologie

Nestelt vooral in kustgebieden met enige dynamiek en lage of spaarzame vegetatie en veel slik: kwelders/schorren, pas aangelegde eilanden, rustige stranden, ook wel opspuittereinen. Eileg begin april tot eind mei. Een tot twee broedsels per jaar, meestal 3-4 eieren, broedduur 21-28 dagen, jongen (nestvlieders) vliegvlug met 24 dagen; worden door beide ouders gevoerd.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Van half april tot eind juli. Twee, soms drie broedsels per jaar.

Nesthabitat

In kustgebieden op open en zandige of stenige plekken, doorgaans nabij (zout) water. In binnenland (alwaar aanmerkelijk zeldzamer en vrijwel beperkt tot lage delen) op opspuitterreinen, industriegebieden en natuurontwikkeling. In Noordoostpolder, mogelijk ook elders, in agrarisch gebied nestelend, op akkers.

Nest

Ondiep uitgekrabd kuiltje, al dan niet met enige versiering in de vorm van bijv. schelpjes, konijnenkeutels, grasjes of strookje wier. Nest ligt vaak open, soms echter meer beschut nabij hogere planten (incl. distels) of stenen.

Aanwijzingen

Broedterrein wordt gekenmerkt door activiteiten van mannetje (roept veel, jaagt indringers weg, baltst tegenover vrouwtje). Probeer bij observatie op afstand vast te stellen of het broeden al begonnen is (waakzame vogel) en of er al wellicht jongen zijn (beide partners actief, veel alarm). Als nest met eieren vermoed wordt, is voorzichtige actie nodig. Loop rustig door een ‘veilig’ (beslist geen nest) stukje van het terrein en let op opvliegende of plots wegrennende adult (op 30-170 m van waarnemer, gaat vaak naar waterkant, houdt waarnemer in de gaten). Loop een stuk terug en let op wat de vogel gaat doen. Broedvogel keert terug naar nest in karakteristieke afwisseling van korte vluchtjes, poosje rennen en waakzame pauzes. Nest zelf wordt vaak bereikt na langere pauze (soms met nerveus gedrag), kort en laag vluchtje en laatste run. Vogel gaat voorzichtig op nest zitten en herschikt eieren. Gun de vogel even tijd (niet te lang, anders moet opwarmproces daarna overnieuw beginnen), prent de nestlocatie goed in je geheugen, fixeer op de nestplek en loop dan in rechte lijn ernaartoe. Alternatief is langdurige observatie op grote afstand (telescoop), waarbij overzichtelijk terrein minutieus wordt afgezocht (broedende vogel soms zichtbaar) en gehoopt wordt op broedaflossing (gebeurt snel, mis het cruciale moment niet).

Attentie

Ga op grotere afstand staan wanneer je merkt dat de naar het nest terugkerende vogel nerveus blijft en niet gaat zitten; waarschijnlijk sta je dan te dicht bij het nest. Uiterste voorzichtigheid nodig in omgeving van (vermoedelijke) nestplek, want nest is vaak moeilijk te zien. Let op zandige ondergrond op contrast tussen licht zand en grijzige of bruinige eieren. Het volgen van pootafdrukken naar concentraties (bij nest) is in zandige situaties een bruikbare methode. Vogel met afleidingsgedrag (‘gebroken vleugel’) wijst op uitkomende eieren of kleine jongen; uiterste voorzichtigheid in laatste geval vereist in verband met perfecte schutkleuren!

Bijzonderheden

Broedvogel die naar waterkant gegaan is, begint terugkeer naar nest soms op lijn met nest zelf. Vliegt of loopt soms voorbij nestplek. Oppassen voor schijnbroeden (in broedhouding gaan zitten), dat soms enkele minuten kan aanhouden.

Meer informatie

Tijd van het jaar

Hele jaar, maar hoogste aantallen maart-mei en augustus-oktober.

Tijd van de dag

Van 2 uur voor hoogwater tot hoogwater

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Aanvliegende vogels beter te tellen dan vogels ter plaatse (dichte groepen)
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken

Bijzonderheden

- HVP op kwelders/schorren, hoge zandplaten, stranden, oevers van zoute of brakke wateren, ook op grasland of geploegde akkers
- HVP en foerageergebied vaak niet ver van elkaar verwijderd
- Vaak samen met andere steltlopers
- Bij harde wind schuilend achter verhogingen en obstakels en dan moeilijk te tellen

Tijd van het jaar

Hele jaar (kust), maar hoogste aantallen maart-mei en augustus-oktober.

Tijd van de dag

Gehele dag, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen, soms honderden
- Soms samen met andere steltlopers
- Doorgaans op ondiepe plassen met slikkige of zandige oevers, ook wel op akkers etc.
- Voorjaarstrek sterk gepiekt in maart en tweede helft mei
- Vrij schaars in diepe binnenland