Kluut

Wetenschappelijke naam

Recurvirostra avosetta

Engelse naam

Pied Avocet

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

930

Broedpopulatie

5000-5300 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

12000-32000, jul-okt (2009-2014)

Kluut

Recurvirostra avosetta

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juli

Datumgrenzen

5 mei t/m 25 mei

Tijd van de dag

Gehele dag (in getijdengebieden tijdens hoogwater).

Aanwijzingen

Paren tellen en individuen met territoriaal of nestindicerend gedrag: balts, alarm, afleidingsgedrag, broedende vogel op nest (vaak van grote afstand zichtbaar), vogel met pulli.
Uitkijken voor overzomerende niet-broedvogels (alarmeren zwak, vertonen geen afleidingsgedrag; aandeel meestal niet zo hoog) en paren met pulli (binnendijks broedende paren met pulli kunnen binnen enkele dagen op honderden m tot meer dan een km van de nestplaats worden aangetroffen). Door overstromingen kunnen verplaatsingen optreden.
In Waddengebied tel-inspanningen concentreren in eerste drie weken van mei, en nieuwe vestigingen (na overstroming, springvloed) vanaf 1 juni niet meetellen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 5 mei t/m 25 mei

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Broedgevallen diep in binnenland graag zorgvuldig documenteren, met hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Bij hoge dichtheden levert simultaantelling door ervaren tellers beste resultaten op.

Broedbiologie

Zowel in zoute milieus als (veel minder talrijk)langs zoete wateren. Broedt in allerlei open landschappen met ondiep water en veel slikranden (evt. op enige afstand van de broedplaats), ook wel op bouwland, o.a. bieten, zomergranen en aardappelen. Soort nestelt meestal koloniaal in korte vegetaties, vaak samen met sterns, meeuwen of andere steltlopers.
Eileg half april tot half mei, per kolonie vaak synchroon, met in eerste helft mei grootste aantal broedende vogels (maar sterk afhankelijk van weersomstandigheden). Eén broedsel per jaar, maar na verlies legsel door extra hoge vloed vervolglegsels, soms op tientallen km afstand. Meestal 4 eieren, broedduur 23-25 dagen, jongen (nestvlieders) na 35-42 dagen vliegvlug. Beide partners verzorgen jongen.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Eind april tot ver in juli. Legpiek van half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar.

Nesthabitat

Voornamelijk in open en schaarsbegroeide terreinen in zoute/brakke wateren (kwelders/schorren, drooggevallen platen, natuurontwikkeling). In binnenland lokaal op vergelijkbare terreinen (bouw- of opspuitterreinen, in rivierengebied op afgravingen of natuurontwikkeling).

Nest

Ondiep kuiltje, soms zonder nestmateriaal, vaak met wat strootjes, afval enzovoort.

Aanwijzingen

Meestal broedend met verschillende paren bijeen of in kolonieverband. Broedplaats lokaliseren door opvallende baltsvluchten. Nestplek te lokaliseren door nestbouw te volgen (man maakt verschillende kuiltjes, vrouw maakt keus; kan verschillende dagen duren) of broedende vogel (meestal vrouw, soms man) van afstand te lokaliseren: broedende vogels vaak goed zichtbaar in open terrein, soms wat lastiger (luchttrillingen, aan zicht onttrokken door plukken vegetatie). Solitaire broedparen minder opvallend. Vogel van nest (foeragerend of bezig met verjagen predator) van afstand volgen bij terugkeer naar nest. Nest zelf opzoeken door naar gefixeerde plek te lopen of (kolonie) door koud zoeken naar nesten.

Attentie

Nest en eieren soms goed zichtbaar op vrij kale grond, soms echter lastiger. Altijd heel zorgvuldig zijn en uitkijken waar je je voeten neerzet. Extra attent zijn bij fel aanvallende Kluten (hebben uitkomende eieren of jongen – kleine jongen drukken zich en zijn vanwege camouflage lastig zichtbaar). Bij koud of nat weer vogels niet lang van het nest houden.

Bijzonderheden

Lokaliseren van broedende vogels vanuit - indien mogelijk - geparkeerde auto vaak goed te doen (vogels minder argwanend dan bij persoon te voet).

Meer informatie

Tijd van het jaar

Vooral juli-oktober (bij zacht weer ook in winter).

Tijd van de dag

Van 1 uur voor hoogwater tot hoogwater

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Vaak massale aankomst op HVP
- Aanvliegende vogels beter te tellen dan vogels ter plaatse (dichte groepen)
- Tijdens hoogwater in dichte groepen tot vele honderden
- Vogels beginnen te foerageren bij zakkend water en verspreiden zich
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken

Bijzonderheden

- HVP in ondiep water bij hoogwaterlijn of ondiep water grenzend aan getijdengebied
- Soms samen met andere steltlopers of meeuwen
- Vooral bij sterke golfslag ook op kwelders/schorren, inlagen en binnendijkse gras- en bouwlanden
- Vogels blijven tijdens hoogwater vaak zwemmen voor de rand van de kwelder/schor.

Tijd van het jaar

Hele jaar behalve bij strenge vorst (kust) of maart-half november (binnenland).

Tijd van de dag

Gehele dag, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- In kustgebieden in groepen tot enkele tientallen of honderden
- In binnenland solitair of in groepjes tot een tiental
- Foerageert vnl. in ondiep water met slikkige oevers, rustende vogels op akkers, bouwterrein etc.
- Vaak samen met andere steltlopers of meeuwen

Broedtijd

Het merendeel van de Kluten broedt in het Wadden- en Deltagebied, met kleinere aantallen in het IJsselmeergebied of West-Nederland. Diep in het binnenland broeden Kluten hier en daar langs de Grote Rivieren. Kluten nestelen veelal in pioniersituaties en reageren vlot op het verschijnen of verdwijnen van geschikte plekken. De landelijke broedpopulatie groeide tussen 1970 en 1990 aanzienlijk, vooral dankzij toenames op de Fries-Groningse Waddenkust. Sinds het jaar 2000 dalen de aantallen weer, in het Waddengebied harder dan in het Deltagebied. De afname hangt samen met nestpredatie, het door vegetatiesuccessie ongeschikt worden van broedplaatsen, voedselproblemen en het verdwijnen van tijdelijk geschikte broedlocaties.

Buiten broedtijd

Van juli tot in november verzamelen zich grote aantallen Kluten in het Wadden- en Deltagebied. Slechts een klein deel daarvan blijft overwinteren, en alleen onder milde weersomstandigheden. Vanaf februari (zachte winters) of maart (koudere winters) keren Kluten terug. De landelijk getelde aantallen zijn redelijk stabiel. De achteruitgang van de Nederlandse broedpopulatie, de grootste in Noordwest-Europa, vertaalt zich dus nog niet in duidelijk afnemende aantallen buiten de broedtijd.