Kwartelkoning

Wetenschappelijke naam

Crex crex

Engelse naam

Corn Crake

Rode Lijst :Bedreigd
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

130-140 (2016)

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - wegtrekkend

Kwartelkoning

Crex crex

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 31 juli

Tijd van de dag

Ochtend- en avondschemer en 's nachts, vooral 23 u tot 3 u.

Aanwijzingen

Roepende mannetjes karteren evenals overige waarnemingen zoals zichtwaarneming, lokroep (meestal vlak bij nest) of kuikengeluid (zacht, max. op 30 m hoorbaar). In grote gebieden minstens 5 minuten luisteren op punten die niet meer dan 500 m uit elkaar liggen. Afdraaien geluid op mp3-speler, recorder etc. kan roepactiviteit stimuleren. Gebruik afspeelapparatuur niet te lang i.v.m. verstoring en bedenk dat vogels op geluidsnabootsing af kunnen komen en de waarnemer kunnen volgen. Geluid van roepende vogel (tot 1 km hoorbaar) kan door draaien met kop, weerkaatsing tegen dijken en bos of door wind van meer exemplaren afkomstig lijken te zijn, en is lastig te lokaliseren. Verschillende waarneempunten zijn nodig om een deelgebied goed te kunnen tellen (kruispeiling).
Ongepaarde vogels roepen de hele nacht door, gepaarde vogels vooral in schemer en incidenteel overdag.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 mei t/m 31 juli

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Bij hoge dichtheden uitgaan van maximaal aantal (gelijktijdig) roepende mannetjes. Eventuele overige waarnemingen zoveel mogelijk inpassen.
Territoria kunnen zich (vooral na maaien) verplaatsen (let op fusie-afstand). Vestiging in bouwland tot half juni of later.

Broedbiologie

Nestelt in hooiland of andere landbouwgewassen met voldoende dekking, meestal in open gebied maar soms in wat beslotener landschap (beekdalen met struiken en bomen). Mannetje vermoedelijk serieel polygaam, waarbij onduidelijk is hoelang de paarband intact blijft.
Bodembroeder, nest soms midden in veld (bij voldoende dekking) of juist aan rand (dekking door lage struiken, heg of boom). Eileg midden mei tot begin juli, incidenteel nog begin augustus. Een tot twee broedsels per jaar, meestal 7-12 eieren, broedduur 16-19 dagen, jongen (nestvlieders, in begin geheel zwart, als andere rallen) na 34-38 dagen vliegvlug.