Waterral

Wetenschappelijke naam

Rallus aquaticus

Engelse naam

Water Rail

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :4500
Broedpopulatie

2800-4700 (2013-2015)

Geschat maximum winter

3000-6000 (2013-2015)

Waterral

Rallus aquaticus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m juli

Datumgrenzen

15 april t/m 10 juli

Tijd van de dag

Vooral ochtend- en avondschemer en 's nachts. Tijdens zwoele nachten (evt. met motregen) en weinig wind vaak hele nacht roepend.

Aanwijzingen

Roepende vogels karteren (geluiden rubriceren, zie Bijzonderheden) en overige waarnemingen eveneens noteren. Afdraaien geluid m.b.v. mp3-speler, recorder etc. kan roepactiviteit stimuleren, maar effect is onvoorspelbaar.
Gebruik eventuele afspeelapparatuur niet te lang i.v.m. verstoring en bedenk dat vogels op geluidsnabootsing af kunnen komen en de waarnemer kunnen volgen. Geluid van roepende vogel kan door draaien met kop, weerkaatsing tegen dijken enz. van meer exemplaren afkomstig lijken te zijn en is moeilijk te lokaliseren. Verschillende waarneempunten zijn nodig (kruispeiling).
LET OP: Doortrek tot eind april, soms nog later; trekkers kunnen biggenroep laten horen. Grote gebieden met relatief hoge dichtheden liefst simultaan met andere waarnemers inventariseren, maar oppassen voor dubbeltelling. Ga ervan uit dat twee vlakbij elkaar knorrende/piepende vogels een paar kunnen vormen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, alarm, voedseltransport, kleine jongen) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 april t/m 10 juli

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 april t/m 10 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Meest gehoorde geluiden hebben verschillende betekenis.
- contactroep: bekende 'gillende biggen'roep (kan op afstand tweestemmig lijken), door beide geslachten voortgebracht
- territoriale roepen: gillende biggenroep overgaande in knorren of brommen; slag(metaalachtig 'tieck-tieck-tieck', soms versnellend), triller (viberend kort geluid, soms volgend op slag; in dat geval een in toonhoogte afnemend 'tieck-tieck-tieck-tjierr')
- angstroep: slag overgaande in langgerekt geluid ('kie-ie-ie-iehp'), duidend op verstoring bij legsel of kuikens
- alarm/waarschuwingsroep: explosief kort en hard geluid ('pfhieth! pfhieh-ieht'), bedoeld om verstoringsbron weg te lokken
- trommelen: zacht murmelen bij nest
- piepende jongen: hoog, zacht gepiep, te verwarren met kuikens van Meerkoet

De contactroep hoeft niet te duiden op een broedvogel. De territoriale roepen wijzen op een mogelijke broedvogel, de overige geluiden wijzen op een zeker broedgeval.

Broedbiologie

Broedt in zoete of brakke wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie. Eileg van begin april tot in juli, vooral van eind april tot eind juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 6-11 eieren, broedduur 19-22 dagen, jongen (nestvlieders) worden na uitkomen der eieren 20-30 verzorgd en zijn na 49-56 dagen vliegvlug.

Literatuur

de Kroon G.H.J. 2001. Inventarisatieperikelen: Waterral. SOVON-Nieuws 14(2): 18-19.