Korhoen

Wetenschappelijke naam

Tetrao tetrix

Engelse naam

Black Grouse

Rode Lijst

Ernstig bedreigd

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter/doortrek

uiterst klein aantal

Korhoen

Tetrao tetrix

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m eind juli

Datumgrenzen

1 maart t/m 31 mei

Tijd van de dag

Vooral in vroege ochtend, vanaf diepe schemer. Aanwezigheid vereist voordat balts begint!

Aanwijzingen

Baltsende hanen op baltsplaats tellen. Overige waarnemingen als aanvulling gebruiken. Vermoedelijk houden mannetjes vaste baltsplaatsen aan. Indien verschillende baltsplaatsen in elkaars nabijheid aanwezig zijn, moeten die voor alle zekerheid toch op één ochtend geteld worden.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 maart t/m 31 mei

Fusieafstand

2500 m

Documentatie

Soort is thans beperkt tot één broedplaats op de Sallandse Heuvelrug, maar op sommige locaties worden vogels (al dan niet legaal) uitgezet. Geef broedcode en overige details bij waarnemingen buiten Sallandse Heuvelrug.

Bijzonderheden

Balts kan op heide en in cultuurland plaatsvinden en is op windstille dagen tot op 1-3 km hoorbaar.

Broedbiologie

Nestelt in heide- en hoogveengebieden. Mannetjes bezetten territorium op gezamenlijke baltsplaats afhankelijk van hun sociale positie (kleinste territoria in centrum) en openheid gebied (grootste territoria in kale vlakke landschappen). Bodembroeder, geen echte nestbouw. Eileg vooral eind april. Eén broedsel per jaar, meestal 7-10 eieren, broedduur 26-27 dagen, jongen verlaten onmiddellijk het nest, kunnen na 10-14 dagen kleine stukjes vliegen, zijn na 4 weken grotendeels zelfstandig maar worden soms tot in september door hen begeleid.

Broedtijd

Alleen op de Sallandse Heuvelrug komen nog Korhoenders tot broeden. Om deze restpopulatie te behouden werden vanaf 2012 Zweedse vogels bijgeplaatst. Waarnemingen op de Veluwe betreffen vogels van een uitzetproject op de Hoge Veluwe. In de eerste helft van de twintigste eeuw floreerde de Nederlandse stand, kwam het Korhoen in bijna alle provincies voor en waren er minstens 5000 hanen (1941). Door onder andere ontginning en verbossing van heide gingen broedplaatsen verloren. Intensiever landgebruik maakte de aan heide grenzende landbouwgronden ongeschikt als voedselgebied. Het aantal hanen kelderde naar 450 in 1976 en minder dan 100 vanaf 1982. Van de ruime verspreiding over de zandgronden bleef vanaf 1996 alleen de Sallandse Heuvelrug over. Slechts weinig kuikens komen hier groot, waarbij voedselproblemen een hoofdrol spelen. Sterke afname of verdwijning doet zich in het hele laagland van West-Europa voor.

Buiten broedtijd

De verspreiding buiten de broedtijd overlapt met die in het broedseizoen en is in de afgelopen halve eeuw navenant gekrompen. De Nederlandse Korhoenders zijn pure standvogels die hooguit enkele kilometers afleggen tussen slaapplek en voedselgebied. Bij waarnemingen buiten de Sallandse Heuvelrug en de omgeving van de Hoge Veluwe zal het gaan om illegale uitzetacties.