Visarend

Wetenschappelijke naam

Pandion haliaetus

Engelse naam

Western Osprey

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

2 (2016)

Geschat maximum winter

0-1 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

120-160, sep (2012-2017)

Visarend

Pandion haliaetus

Methode

Broedparen lokaliseren

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 juni t/m 15 juli

Tijd van de dag

Hele dag

Aanwijzingen

Nestelt in kale kruinen of vorken van bomen en in hoogspanningsmasten. In het buitenland worden ook nesten in platte kruinen van naaldbomen op meer dan 10 km afstand van water aangetroffen.

Lokaliseren van nesten het beste te doen tijdens nestbouwfase, als met grote takken gevlogen wordt. Al gevestigde paren bouwen in maart – mei het bestaande nest verder af of een nieuw nest op. Nieuwe vestigingen kunnen tot laat in de zomer (augustus) beginnen.

Bij gevestigde paren korte balts(soms maar enkele uren) na terugkeer, waarbij mannetje in roepend en met duikvluchten van tientallen meters het vrouwtje bij het nest begroet. Uitgebreidere balts bij nieuwe paren.

LET OP: Soms wordt meerdere jaren aan een nest gebouwd zonder dat dit bebroed wordt. Daarnaast kunnen mannetjes meerdere beginnetjes van nesten maken, waarna één nest wordt uitgekozen om verder af te bouwen. In de afbouwfase helpt ook de vrouw mee (nestbekleding). Nesten worden meestal meerdere opeenvolgende jaren gebruikt en vaak verder uitgebouwd. Doorgaans hebben bebroede nesten minstens een meter doorsnee.

Alleen dichtbij het nest territoriaal (luchtgevechten met andere grote vogelsoorten). Gedoogt soortgenoten meestal al vanaf enkele honderden meters van het nest.

Individuele herkenning
Onderscheiden van mannetjes en vrouwtjes is zeer behulpzaam bij observaties. Ringaflezingen en tekeningen of foto's van verenkleed zijn behulpzaam bij het herkennen van individuen. Bedenk echter dat kenmerken door afstand en ander licht er anders kunnen uitzien.

Controle nesten
Nestfase in open terrein op afstand in te schatten:
- Broedende vogels vaak nog boven nestrand uit te zien. Na eileg broedt vrouwtje bijna onophoudelijk, met korte wissels met het mannetje.
- Kleine jongen worden na prooioverdracht van mannetje naar vrouwtje behoedzaam gevoerd. Soms beide oudervogels voerend.
- Nestcontroles door naar het nest te klimmen alleen raadzaam als nestplaats solide en veilig te bereiken is en uit te voeren door deskundige.

Overige waarnemingen mei-augustus
Volwassen vogels verblijven soms langdurig in waterrijke gebieden overzomeren en gebruiken daarbij favoriete uitkijkposten. Lange vluchten met prooien wijzen niet per definitie op de aanwezigheid van een nest. In sommige gebieden overzomeren meerdere volwassen vogels.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 juni t/m 15 juli en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

2000 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

In Nederland vooralsnog dichtbij water broedend, zowel in dode bomen als in hoogspanningsmasten. Definitieve vestiging van een paar kan meerdere jaren duren, waarin vaak meerdere (beginnetjes van) nesten worden gebouwd.
Eén broedsel per jaar van 1-4 eieren. Broedduur 34-43 dagen, nestjongenperiode 50-55 dagen (maar eerste Nederlandse jong pas na 66 dagen vliegvlug). Na uitvliegen worden jongen nog tot een maand lang gevoerd door mannetje.

Literatuur

Hardey et al. 2013. Raptors; a field guide for surveys and monitoring.