Grauwe Kiekendief

Wetenschappelijke naam

Circus pygargus

Engelse naam

Montagu's Harrier

Rode Lijst :Ernstig bedreigd
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

44 (2016)

Geschat maximum winter

-

Grauwe Kiekendief

Circus pygargus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m augustus

Datumgrenzen

1 mei t/m 15 augustus

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Bij waarnemingen van paren of individuen in potentieel broedbiotoop (tegenwoordig vooral open cultuurland, voorheen ook duinen, veen- en heidegebieden, moerassen) letten op territorium- of nestindicerend gedrag, vooral balts (paarsgewijs soms op grote hoogte, man baltst wel eens solitair wanneer vrouwtje broedt), slepen met nestmateriaal, voedseltransport, prooiovergave of pas uitgevlogen jongen. Tel het aantal broedverdachte vrouwtjes. Individuele herkenning van vogels vaak lastig; let echter op eventuele beschadigingen aan slagpennen.
LET OP: Jagende vogels weinig bruikbaar. Voedselvluchten man tot op 10 km van nest (probeer vogel te volgen tot hij prooi heeft en terugvliegt naar nest). Vrouw jaagt pas mee wanneer jongen vrij groot zijn; veelal in directe omgeving van nest.
Trekkers of andere niet-broedvogels (inclusief elders mislukte broedvogels) kunnen vrijwel het gehele broedseizoen optreden. Gebruiken soms gemeenschappelijke slaapplaats, baltsen wel eens en kunnen aan prooioverdracht doen (echter op telkens verschillende plekken).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel naar nest, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 mei t/m 15 augustus en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Broedgevallen buiten Noordoost-Nederland (Groningen, Noord-Friesland, Flevoland) goed documenteren; geef per datum de hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Broedplaats vaak lastig te lokaliseren vanwege grote actieradius en ruime nestplaatskeuze. Uitbundige balts en gezamenlijk optrekkend paar vormen goede aanwijzing. Indien nest gelokaliseerd is (bijv. invallende vogel met voer), is bezoek aan nest onnodig, tenzij broedplaats bedreigd wordt (oogstwerkzaamheden in cultuurland). De soort wordt in Nederland goed gevolgd door Werkgroep Grauwe Kiekendief (www.grauwekiekendief.nl).

Broedbiologie

Nestelt op de grond in open landschap, zowel in agrarische gebieden als - maar tegenwoordig zeldzaam - moeras. Nest tussen riet, ruigtekruiden en landbouwgewassen (granen, luzerne, soms hooiland). Eileg half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 3-5 eieren, broedduur 27-30 dagen, nestjongenperiode 35-40 dagen (maar jongen kunnen vanaf 3 weken in omgeving nest rondklauteren).
Mannetje heeft soms 2 vrouwtjes. Individuele kenmerken van vrouwtjes kunnen uitsluitsel geven.

Literatuur

Bijlsma R.G. 1997. Handleiding veldonderzoek roofvogels. KNNV uitgeverij, Utrecht.