Zeearend

Wetenschappelijke naam

Haliaeetus albicilla

Engelse naam

White-tailed Eagle

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

6 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

32-41, nov-mrt (2009-2014)

Zeearend

Haliaeetus albicilla

Methode

Lokaliseren van broedparen

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 februari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Gehele dag

Aanwijzingen

Lokaliseren van nest in de winter (kolossaal nest goed zichtbaar) of aan de hand van nestbouw (slepen met takken), baltsgedrag (roepduetten, gezamenlijke vlucht; vooral januari-maart), aanvoer van voedsel (beide partners) of bedelroep van grote jongen. Vroege broeder (zie Broedbiologie).
LET OP: Nieuwe vestigingen worden doorgaans voorafgegaan door overzomering van 1-2 vogels. Gevestigde paren zitten en vliegen vaak samen, gebruiken veelal dezelfde slaapboom en versterken regelmatig de paarband (vrouwtje bedelt om voedsel). Nesten worden jarenlang gebruikt en groeien indrukwekkend uit. Binnen het territorium zijn vaak 2 nesten in gebruik, soms op verschillende kilometers van elkaar. Actieradius van broedparen tot vele tientallen kilometers.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel, alarm bij nest, jonge vogels zichtbaar op nest).

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 februari t/m 20 juni en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

2500 m

Documentatie

Nestelt sinds 2006 jaarlijks in Nederland. Broedgevallen buiten de Oostvaardersplassen graag goed documenteren (nestlocatie, hoogste broedcode etc.). Let bij zomerwaarnemingen goed op de poten: veel vogels hebben unieke kleurringcombinatie.

Bijzonderheden

Verstoringsgevoelig; niet zelf naar nest gaan zoeken. Bekende paren worden reeds goed gevolgd door specialisten.
Sterk toegenomen in Duitsland, wat kans op verdere uitbreiding in Nederland vergroot. In Duitsland tegenwoordig lokaal ook in jongere bomen en soms op slechts enkele honderden meters van straten en bebouwing.

Broedbiologie

Nestelt vrijwel steeds in zware boom. Eileg half februari tot eind maart. Eén broedsel per jaar, meestal 1-2 eieren, broedduur 38-42 dagen, nestjongenperiode/takkelingperiode 80-90 dagen. Vliegvlugge (maar bedelende) jongen vanaf eind juni. Nestherstel en opleving balts in oktober-november.

Broedtijd

Er is geen bewijs dat er Zeearenden in vroeger eeuwen in ons land nestelden, al zou dat best kunnen gezien het toenmalige landschap. Het eerste zekere broedgeval vond plaats in de Oostvaardersplassen in 2006. Daarna begon een langzame uitbreiding, met nieuwe vestigingen in de Randmeren, het Lauwersmeer en de Biesbosch. Dit alles past in de westwaartse uitbreiding van het broedgebied in Duitsland, waar inmiddels vele honderden paren broeden. Uit ringaflezingen blijkt een duidelijke connectie met Noord-Duitsland. Zo was bij ons eerste broedgeval minimaal één vogel uit Sleeswijk-Holstein afkomstig, en worden in Nederland geboren jonge Zeearenden aldaar later teruggezien.

Buiten broedtijd

Zeearenden waren lange tijd zeldzaam in Nederland. Dat veranderde met de komst van een kleine eigen broedpopulatie, maar vooral dankzij de spectaculaire toename en uitbreiding in Duitsland en Noord-Europa. Uit die landen afkomstige Zeearenden trekken bij ons door of overwinteren er. De meeste waarnemingen vallen tussen september en maart. Trekkers worden vooral in september-november en februari-maart gezien en kunnen overal opduiken. Langdurige pleisteraars prefereren grote wetlands, waar soms verschillende Zeearenden tegelijkertijd de watervogels bejagen.