Rode Wouw

Wetenschappelijke naam

Milvus milvus

Engelse naam

Red Kite

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

8 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

uiterst klein aantal

Rode Wouw

Milvus milvus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m juli

Datumgrenzen

1 april t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag, met enige nadruk op periode 10-12 u en van 16 u tot zonsondergang.

Aanwijzingen

Bij waarnemingen van paren of individuen in potentieel broedbiotoop (vooral oud loofbos) letten op territorium- of nestindicerend gedrag: balts (paarsgewijs zweven boven broedgebied, met soms speelse 'schijnaanvallen' en duikvluchten, soms ook roepend; man kan blijven baltsen terwijl vrouw broedt), slepen met nestmateriaal (doorgaans dicht bij nest verzameld), agressie tegen andere roofvogels en Raven, voedseltransport (let op: man bevoorraadt broedende vrouw op nest, jagend tweetal tussen begin april-begin juni dus geen broedindicatieve waarneming), pas uitgevlogen jongen.
LET OP: Nest (verrassend klein, indien nieuw gebouwd; staart van broedende vogel vaak zichtbaar) wordt opgesierd met vodden of plastic in nestkom, niet met groene takken zoals bij Havik en Buizerd.
Balts(achtig)gedrag komt niet alleen bij broedplaats voor maar ook bij slaapplaats. Bij twijfel omtrent broedgeval kan worden gezocht naar het nest na de bladval: typisch wouwennest altijd herkenbaar aan rommel op het nest.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel naar nest, alarm, afvliegende ouder, jongen op nest) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 april t/m 15 juli en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

2000 m

Documentatie

Uitermate zeldzame broedvogel waarvan vestiging (onregelmatige broedgevallen sinds jaren zeventig) maar niet wil doorzetten. Veel veronderstelde broedgevallen zijn uitermate mager of vaag gedocumenteerd, waardoor niet is vast te stellen of daadwerkelijk gebroed is. Uitgebreide documentatie noodzakelijk; per datum waarnemingen beschrijven incl. broedcode.

Bijzonderheden

Soort broedt af en toe in uiterste oosten en zuiden van het land, maar niet alle (mogelijke) broedgevallen worden gemeld. SOVON garandeert geheimhouding precieze locatie!

Broedbiologie

Nestelt meest in halfopen landschappen aan de rand van oudere bossen en bosjes, voornamelijk loofhout (in Duitsland ook in singels en op hoogspanningsmasten). Eileg van eind maart to begin mei, vooral april. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren, broedduur 31-38 dagen, nestjongenperiode 45-50 dagen.

Broedtijd

Toen de Rode Wouw in 1976 voor het eerst in Nederland nestelde, leek dit het begin van een kolonisatie. De stand nam immers in nabije gebieden in Duitsland toe en dit zou de bron voor een toename in Nederland kunnen zijn. De Rode Wouw bleef in ons land echter een onregelmatige broedvogel, waarvan de meeste nesten in Twente, de Achterhoek en Limburg gevonden zijn. Dat de vestiging niet echt doorzette, hangt vermoedelijk samen met een afname in het westen van Duitsland sinds 1990. Bovendien mislukten veel broedgevallen door vergiftiging of andere oorzaken. Dat Rode Wouwen zich regelmatig in de broedtijd boven met name Oost-Nederland vertonen, zegt op zich niets. Broedvogels van over de grens maken namelijk lange voedselvluchten, terwijl er ook heel wat Rode Wouwen rondhangen die (nog) niet tot broeden komen.

Buiten broedtijd

Hoewel Rode Wouwen het hele jaar gezien kunnen worden, zijn er toch duidelijke piekmomenten. In het voorjaar trekken volwassen vogels vooral in maart door, in april en mei gevolgd door exemplaren die nog niet tot broeden komen. Deze hebben, in tegenstelling tot de volwassen vogels, weinig haast en blijven soms enige tijd hangen. De najaarstrek piekt in oktober. Vooral op dagen met goede buizerdtrek is het niet ongewoon om een of meer Rode Wouwen te zien. Echte groepjes zijn echter zeldzaam, net als in het voorjaar. Overwinterende vogels, een schaars fenomeen, bestrijken een groot gebied.