Middelste Zaagbek

Wetenschappelijke naam

Mergus serrator

Engelse naam

Red-breasted Merganser

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :860
Broedpopulatie

55-80 (2013-2015)

Geschat maximum winter

10.000-11.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

5100-7100, nov,mrt (2012-2017)

Middelste Zaagbek

Mergus serrator

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind augustus

Datumgrenzen

15 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Baltsende paren in tweede helft van mei en in juni; plekken waar eerder in het seizoen balts is waargenomen nogmaals scherp controleren. Wijfjes in broedbiotoop (schorren in Delta, kwelders in Waddengebied) met kijker volgen en letten op nestindicerend gedrag, o.a. vegetatie in- of uitlopend wijfje, nerveus rondvliegend of voor waarnemer uit zwemmend wijfje. Bij rustig weer zijn wijfjes met jongen met telescoop van afstand goed te lokaliseren.
LET OP: Nesten lastig te vinden, behalve tijdens de eileg (wijfje vliegt op bij benadering nest tot op 3-4 m). Daarna zitten wijfjes erg broedvast en vliegen ze amper meer op; ze gedragen zich ook de eerste tijd na het uitkomen der eieren erg stiekem.
Doortrek tot in mei en vanaf augustus, en voorts is ook overzomering mogelijk. Tel daarom alleen wijfjes die zich afzonderen van groepjes rustende vogels en de vegetatie opzoeken. Wijfjes met jongen kunnen forse afstanden hebben afgelegd en vormen soms crèches.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult vrouwtje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Documentatie per geval noodzakelijk; geef hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Soort heeft zich vanaf eind jaren zeventig als jaarlijkse broedvogel gevestigd in het Deltagebied en broedt tegenwoordig ook in het Waddengebied (vooral Griend).

Broedbiologie

Bij ons gebonden aan zoutwatermileu (in o.a. Duitsland ook langs snelstromende wateren in binnenland). Nestelt vnl. in duinen en kwelders op de grond, goed verstopt en doorgaans dicht bij open water. Eileg eind april tot eind juni, vooral half mei-half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 6-12 eieren, broedduur 29-35 dagen, jongen na 60-65 dagen vliegvlug. Mannetje blijft aanwezig tot ca. 2 weken na begin bebroeding.

Tijd van het jaar

Half augustus tot half mei, hoogste aantallen oktober-april.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair, in paren of groepen tot vele honderden
- Soms samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (Brilduiker, Eider, zee-eenden, Grote Zaagbek, Nonnetje) als rusten (alle soorten)
- Foerageert op open water, zowel zoet (vooral IJsselmeergebied) als zout
- Rustende vogels op open water
- Grote dichte groepen lastig telbaar
- Broedpopulatie van enkele tientallen paren in Deltagebied en enkele paren in Waddengebied