Eider

Wetenschappelijke naam

Somateria mollissima

Engelse naam

Common Eider

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

9800

Broedpopulatie

5200-5300 (2014)

Geschat maximum winter/doortrek

52000-110000, jan (2009-2014)

Eider

Somateria mollissima

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m mei

Datumgrenzen

30 april t/m 31 juli

Tijd van de dag

Gehele dag, bij voorkeur ruim na zonsopkomst(dan zijn alle wijfjes terug van nachtelijke drinkvluchten).

Aanwijzingen

(1) In kleine gebieden: Bezette nesten tellen of waarnemingen van (baltsende) paren en individuen (ook in groepen) in broedbiotoop; hierbij onderscheid maken tussen paren met nestindicerend gedrag (zie Bijzonderheden) en overige waarnemingen. Vogels ver op zee, voor de kust en in de monding van slenken niet meetellen, wel de vogels die diep in slenken zitten. Door overstroming treden soms verplaatsingen op.
(2) In grote gebieden: Integrale telling, meermalen uitgevoerd. Telling uitvoeren tijdens hoogwater en bij goed weer in periode eind maart-half april, en nogmaals begin mei (liefst tweemaal in genoemde perioden). Maak onderscheid tussen adulte mannen, juveniele mannen en wijfjes. Tel alle vogels, ook die tot 500 m voor de kust.

Tellen van uitgelopen nesten (te herkennen aan dons), bijv. tijdens tellingen van meeuwenkolonies in mei-juni, geeft aanvullende informatie. In dicht bezette gebieden is zorgvuldig zoeken naar nesten binnen vastomlijnde proefvlakken de beste methode om jaarlijkse aantalsveranderingen vast te stellen; dit is evenwel arbeidsintensief, moet met het oog op verstoring uiterst voorzichtig geschieden en dient uitsluitend in overleg met de terreinbeheerder plaats te vinden.
Aantal niet-broedvogels in broedgebied kan hoog zijn (soms veelvoud van broedpopulatie).

Interpretatie

Bij nestentelling (methode 1): hoogste aantal tegelijk bezette nesten aanhouden.
Bij integrale telling: bepaal aantal broedende wijfjes aan de hand van de volgende berekening. Aantal volwassen wijfjes = (aantal onvolwassen mannetjes/totaal aantal mannetjes)x(totaal aantal vrouwtjes).
In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 25 april t/m 15 mei

Fusieafstand

2500 m

Documentatie

Geef altijd aan of methode 1 of 2 is gebruikt.

Bijzonderheden

Nestplaatskeuze: paartje loopt 'zoekend' door geschikte broedbiotoop, waarbij wijfje voorop loopt en uiteindelijke nestplek bepaalt (mannetje blijft wakend achter of vliegt naar foerageergebied).
Broedfase: paar is gescheiden, vrouwtje broedt en gedraagt zich onopvallend (en blijft bij storing lang op eieren zitten). Tijdens broedpauze loopt vrouwtje van foerageergebied naar nestplaats (begin bebroeding) of doet dat vliegend, met lopen gedurende de laatste meters (late broedfase); ze vliegt altijd laag en in een boog.
Crèches: na het uitkomen van de eieren sluiten tomen van kuikens zich veelal aaneen tot grotere gezelschappen, die begeleidt worden door enkele wijfjes. Aantal jongen per jaar is sterk variabel en geeft geen eenduidige maat voor het aantal broedvogels, hooguit voor het minimumaantal geslaagde nesten (maximale aantal kuikens delen door gemiddelde van 4,7 eieren per legsel).

Broedbiologie

Gebonden aan zoutwatermilieu, meestal nestelend in duinen en kwelders/schorren (veelal in meeuwenkolonies). Bodembroeder, nest vrij open tot goed verstopt tussen grassen en struiken, soms in 'kolonies'. Eileg begin april tot begin juni, vooral eind april-half mei. Eén broedsel per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 25-28 dagen, jongen vliegvlug met 65-75 dagen (maar zelfstandig vanaf 50 dagen).

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Half april tot in juli. Legpiek in mei en juni. Eén broedsel per jaar.

Nesthabitat

Meestal in plukken vegetatie, tussen lage struiken of in gras. Uitsluitend zoute gebieden en doorgaans in kwelders of lage duinen.

Nest

Basis van beschikbaar lokaal materiaal zoals wier of strootjes, uitbundig opgehoogd met dons (licht grijsbruin met lichte plekken) en buikveren (kaneelkleurig met donkere streping en lichte punt). Nesten soms in volgend jaar hergebruikt.

Aanwijzingen

Broedplaats in voorjaar gemarkeerd door roepende vogels (‘aa-oe’) en mannetjes op water. Mannetje begeleidt vrouwtje tijdens selectie van nestplaats en eileg, maar verlaat haar daarna. In kolonies is systematisch zoeken van nesten noodzakelijk. Meeste nesten goed zichtbaar ondanks schutkleuren van vrouwtje. Zelfs meer verborgen nesten verraden zich door overdadig gebruik van dons. Bijzonder lastige nesten te vinden door vrouwtje te volgen wanneer ze uit het water terugeert.

Attentie

Sommige vrouwtjes zitten bijzonder vast op eieren. Dek eieren die open en bloot liggen (na overhaast vertrek vrouwtje) af met dons.

Bijzonderheden

Doorgaans in kolonies van soms vele honderden paren. Langs Fries-Groningse kust en in Deltagebied ook solitaire paren of clusters van enkele paren, soms op aangelegde (werk)eilanden.

Meer informatie

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen september-april.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- In belangrijkste gebieden (Waddenzee, Noordzee) alleen goed telbaar vanuit vliegtuig/vanaf boot
- In overige gebieden meenemen tijdens reguliere telling

Bijzonderheden

- In Waddengebied (en soms Noordzee) in groepen tot vele honderden
- In diepe binnenland (schaars) solitair of in groepjes tot een tiental
- Soms samen met andere eenden; grote groepen vaak ongemengd
- Foerageert op open (zoute) wateren
- Grote groepen vaak ver uit de kust
- Mannetjes vormen met onvolwassen vogels groepen in de broedtijd

Broedtijd

Vrijwel alle Eiders nestelen in de duinen van de Waddeneilanden. Enkele tientallen paren broeden langs de Zeeuws-Hollandse Noordzeekust of de Fries-Groningse Waddenkust. Na het eerste broedgeval in 1906 stegen de landelijke aantallen langzaam tot 5750 paren rond 1960. Vervolgens namen ze sterk af door vergiftiging met via de Rijn aangevoerde stoffen (1300 paren in 1968). Het herstel leidde tot een piek van bijna 10.000 paren rond 1995. Daarna daalden de aantallen opnieuw scherp als gevolg van voedselgebrek, met name veroorzaakt door overbevissing van kokkels en mosselen.

Buiten broedtijd

Eiders zijn het hele jaar in Nederland waarneembaar. Ze worden sporadisch wel op zoete wateren gezien, tot diep in het binnenland, maar zijn toch vooral aan zout water gebonden. Vele tienduizenden, in sommige jaren meer dan 100.000 Eiders overwinteren in de Waddenzee, met name in de diepere delen in de westelijke helft. Enkele duizenden zoeken het Deltagebied op, vooral de Voordelta. Op zee ten noorden van de Waddeneilanden en voor de Hollandse kust concentreerden zich in sommige winters enorme aantallen, maar dat komt recent niet meer voor. De landelijke totalen rond 2010 bedroegen slechts de helft van die in 1985-95. Het gaat zowel om Nederlandse vogels als Eiders uit een gebied van Engeland tot Finland. Ook in de Oostzee, het belangrijkste overwinteringsgebied voor Eiders, namen de aantallen af.