Tafeleend

Wetenschappelijke naam

Aythya ferina

Engelse naam

Common Pochard

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

2500

Broedpopulatie

1700-2100 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

50000-77000, okt-dec (2009-2014)

Tafeleend

Aythya ferina

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 10 juli

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op solitair mannetje (waakzaam bij potentiële nestplaats) of paar (mannetje begeleidt vrouwtje tijdens voedselzoeken, vooral 's avonds goed waarneembaar), territoriaal gedrag (agressie ten opzichte van andere paren) en aanwijzingen voor nest: alarm, afleidingsgedrag, wijfje met zeer kleine jongen. Schuw wijfje of wijfje dat wegzwemt/wegvliegt en later terugkeert naar zelfde deelgebied is uiterst verdacht.
LET OP: Mannetje blijft tijdens eifase bij het vrouwtje maar vertrekt daarna meestal. Wijfje met kuikens kan forse afstand hebben afgelegd. Doortrek tot ver in april, soms nog later. Doortrekkers (en later ook: mislukte broedvogels en verzamelingen van mannetjes) houden zich vaak op in groepen (al dan niet in broedbiotoop) maar vertonen geen duidelijke binding aan (delen van) het gebied.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 10 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in zoete wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie. Eileg van half april tot half juli, vooral eind mei en juni. Eén broedsel per jaar, meestal 5-12 eieren, broedduur 27-28 dagen, jongen (nestvlieders) na 50-55 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Half juli tot half mei, hoogste aantallen oktober-maart.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal groepen tot enkele tientallen, lokaal tot vele honderden of meer
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (duikeenden, vooral Kuifeend) als rusten (alle soorten)
- Foerageert vooral op open water
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers, vaak in grote dichte gemengde groepen met Kuifeend
- In sommige gebieden soms uitgesproken dag/nacht ritme, vogels vertrekken dan vanaf dagrustplaatsen naar nachtelijke voedselgebieden
- Ruiconcentraties half mei tot in augustus
- Bij strenge vorst ook op rivieren

Broedtijd

De Tafeleend is een vrij schaarse en nogal lokaal voorkomende broedvogel, met de meest ruime verspreiding en hoogste dichtheden in de laagveengebieden van West- en Noord-Nederland. Elders nestelt hij vooral in de duinen, op vennen en hier en daar langs de Grote Rivieren. Voorheen een zeldzame broedvogel van Friesland en Noord-Brabant, namen aantallen en verspreiding na 1940 duidelijk toe. Vanaf ongeveer 1980 stagneerde dit en werd een deel van de nieuwe broedplekken ook weer verlaten. Herstel van de waterkwaliteit in veel gebieden, voor sommige andere eenden belangrijk, leidde niet tot toenemende aantallen Tafeleenden.

Buiten broedtijd

In de wintermaanden houden zich grote aantallen op in Nederland, maar het worden er wel minder. De landelijk getelde aantallen dalen al vanaf ongeveer 1980, net als overigens in verschillende andere West- en Midden-Europese landen. Het maakt vermoedelijk onderdeel uit van een verschuiving van het overwinteringsgebied binnen Europa, waarbij de vogels door gemiddeld wat zachtere winters noordelijker blijven overwinteren. De meeste Tafeleenden verblijven bij ons in het IJsselmeergebied, tenzij dit tijdens strenge vorst grotendeels dichtvriest. Onder zulke omstandigheden nemen de aantallen langs de rivieren en in het Deltagebied sterk toe.