Krooneend

Wetenschappelijke naam

Netta rufina

Engelse naam

Red-crested Pochard

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :550
Broedpopulatie

440-520 (2016)

Geschat maximum winter

260-360 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

530-1200, sep-okt (2012-2017)

Krooneend

Netta rufina

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juni

Datumgrenzen

20 maart t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Paren en volwassen individu (vooral zich verdacht gedragend wijfje) in broedbiotoop (vooral laagveenmoeras en grote zoetwaterplassen met eilandjes) met kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: wakende man in geschikt broedbiotoop (begeleidt vrouwtje tijdens broedpauze), alarm en afleidingsgedrag (vrouwtje simuleert verlamming), vrouwtje met pulli (bij meer dan 12 pulli: afkomstig van twee vrouwtjes). Amper territoriaal gedrag. Paren doen aan 'baltsvoedering'.
LET OP: Doortrekkers en overzomeraars kunnen in broedgebieden opduiken (maar houden zich meestal op open water op, in tegenstelling tot broedvogels met heimelijk gedrag langs oevers). Op favoriete broedplaatsen (eilandjes) nestelen verschillende paren soms dicht bijeen. Dan telling van paren of groepen in mei-juni. Louter vrouwtjes met (kleine) jongen tellen levert veel te laag aantal op, aangezien veel nesten mislukken.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 maart t/m 15 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Bij meldingen ver buiten de bekende broedgebieden (Randmeren, Vechtplassen etc.) graag enige documentatie, in ieder geval hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Pulli sluiten zich soms aan bij broedsels van Wilde Eend, Tafeleend of Kuifeend, en worden ook gevoerd. Als er ter plekke geen andere aanwijzingen voor broeden van een Krooneend waren, kan dit gelden als broedgeval.

Broedbiologie

Bodembroeder, nestelt langs grotere plassen met veel oever- en onderwatervegetatie in riet, ruigtekruiden, kreupelhout, meestal nabij water. Graag in meeuwenkolonies! Eileg midden april tot midden juni, vooral eind april en mei. Eén broedsel per jaar, meestal 8-11 eieren (maar 'dumpnesten', waarin verschillende wijfjes eieren leggen, komen niet zelden voor), broedduur 26-28 dagen, jongen vliegvlug na 50-65 dagen.

Tijd van het jaar

Half juli tot half mei.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal solitair, in paren of groepen tot enkele tientallen
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (duikeenden) als rusten (alle soorten)
- Foerageert vooral in wateren met goed ontwikkelde waterplantenvegetatie
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers
- Ruiconcentraties half mei tot in augustus
- Broedpopulatie van enkele honderden paren, is ws. (grotendeels) standvogel