Pijlstaart

Wetenschappelijke naam

Anas acuta

Engelse naam

Northern Pintail

Rode Lijst

Bedreigd

Ramsar 1%

650

Broedpopulatie

5-15 (2008-2011)

Geschat maximum winter/doortrek

17000-38000, okt-jan (2009-2014)

Pijlstaart

Anas acuta

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

10 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Paren en volwassen individuen (zich verdacht gedragend wijfje) in broedbiotoop (heide, hoogveen, natte duinvalleien, hogere kwelders met zoetwaterplas, moeras) met kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: duidelijk paargedrag (partners dicht bijeen, zonderen zich af van eventuele andere Pijlstaarten en verjagen deze), bezoek potentiële broedplaats (man vergezelt vrouwtje als ze uit vegetatie komt, vooral 's avonds), alarm (vrouwtje vliegt nerveus rond of simuleert verlamming), pulli (worden alleen door wijfje geleid). Vrouwtje dat bij verstoring wegzwemt of kort wegvliegt en terugkeert naar geschikte broedplek is verdacht. Mannetje helpt mee jongen te bewaken; nerveus mannetje kan duiden op aanwezigheid partner met kuikens.
LET OP: Oppassen voor doortrekkers (tot in mei) en overzomeraars. Vogels in groepen niet meetellen, evenals duidelijke gevallen van overzomering (geen territoriaal gedrag, evt. afwijkend biotoop bijv. open grasland).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 10 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Zekere broedgevallen zijn zeldzaam. Geef uitgebreide documentatie, met in ieder geval hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Extra-aandacht noodzakelijk op Waddeneilanden, in Delta en heide- en hoogveengebieden. Soort in broedseizoen erg teruggetrokken.

Broedbiologie

Nestelt tegenwoordig vooral in kustgebieden. Nest op droge bodem, goed verstopt in vegetatie, meestal in nabijheid van water maar op kwelders ook op grotere afstand. Eileg half april tot half juni, vooral mei. Eén broedsel per jaar, meestal 7-11 eieren, broedduur 22-24 dagen, jongen na 40-45 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Half augustus tot in mei, hoogste aantallen oktober-maart.

Tijd van de dag

Gehele dag, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken (plas-dras)
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in paren of groepen tot enkele tientallen (binnenland) of honderden (kust)
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (zwemeenden) als rusten (alle soorten)
- Foerageert voornamelijk op kwelders/schorren en ondiepe wateren, ook wel in boerenland (stoppelvelden)
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers
- Vogels in begroeiing lastig te tellen, op HVPs vaak in begroeiing en slootjes foeragerend
- Tijdens graanoogst (augustus) soms nachtelijke voedselvluchten naar akkers
- Kleine eigen broedpopulatie en kleine aantallen overzomerend

Broedtijd

Van de zeldzame Pijlstaart zijn de meeste broedgevallen vastgesteld op de Waddeneilanden, het IJsselmeer- en Deltagebied. Broedgevallen dieper landinwaarts, die uit het verleden wel bekend zijn, worden amper meer vastgesteld. Overigens is het bij paren in de broedtijd lang niet altijd duidelijk of ze ook daadwerkelijk tot broeden overgaan. Hoewel de Pijlstaart in Nederland altijd wel schaars broedde, lijkt hij nog steeds zeldzamer te worden. Van de vermoedelijk enkele tientallen broedparen rond 1975 zijn er sinds de eeuwwisseling minder dan een tiental over.

Buiten broedtijd

Grote aantallen Pijlstaarten bezoeken ons land tussen september en maart. Wadden- en Deltagebied vangen verreweg de meeste op, in het diepe binnenland is de soort alleen in de nawinter en het voorjaar redelijk algemeen. Hoe veel Pijlstaarten er in de winter in ons land zijn, hangt af van het weer. Ze zoeken voedsel in ondiepe wateren en lage vegetaties. Een winterse periode met serieuze vorst en sneeuw verdrijft veel Pijlstaarten die onder zachtere weersomstandigheden blijven hangen. Die jaarlijkse verschillen daargelaten vertonen de aantallen geen duidelijke trend, althans op landelijke schaal. Meer regionaal bestaat er een verschil tussen een geleidelijke toename in het Waddengebied en afname in delen van het Deltagebied.