Wintertaling

Wetenschappelijke naam

Anas crecca

Engelse naam

Eurasian Teal

Rode Lijst :Kwetsbaar
Ramsar 1% :5000
Broedpopulatie

1600-1900 (2013-2015)

Geschat maximum winter

70.000-80.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

99.200-120.000, nov (2012-2017)

Wintertaling

Anas crecca

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m juli

Datumgrenzen

30 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, roep ook in schemering.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op individu (waakzaam mannetje bij oevervegetatie, solitair vrouwtje) of paar (mannetje begeleidt vrouwtje tijdens voedselzoeken, vooral 's avonds goed waarneembaar), territoriaal gedrag (agressie ten opzichte van andere paren) en aanwijzingen voor nest: alarm, afleidingsgedrag, wijfje met kleine jongen. Wijfje dat wegzwemt/wegvliegt en later terugkeert naar zelfde deelgebied is uiterst verdacht.
LET OP: In uitgestrekte veen- en heidegebieden houden de broedvogels zich kort na aankomst veelal in groepen op waarin druk gebaltst wordt; vervolgens splitsen zich paren af die zich over het gebied verdelen. Achtervolgingsvluchten in drietallen (twee mannetjes, één vrouwtje) vormen redelijke aanwijzing voor territorium. Roep hoeft niet altijd op balts te duiden (kan ook contactroep zijn).
Mannetje blijft bij vrouwtje tot halverwege de eifase. Wijfje met jongen kan al enige afstand hebben afgelegd. Doortrek tot in mei. Doortrekkers (en later ook: mislukte broedvogels en verzamelingen van mannetjes) houden zich op in groepen maar vertonen geen duidelijke binding aan (delen van) het gebied.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 30 april t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Gebonden aan (bij voorkeur matig voedselarme) zoete wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie. Eileg van half april tot in juli, vooral in mei. Eén broedsel per jaar, meestal 8-11 eieren, broedduur 25-30 dagen, jongen (nestvlieders) met 25-30 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Half juli tot in mei, hoogste aantallen oktober-maart.

Tijd van de dag

Gehele dag, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken (plas-dras)
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in groepen tot enkele honderden
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (zwemeenden) als rusten (alle soorten)
- Foerageert langs kust op kwelder/schor, in binnenland op ondiep water en soms grasland
- Bij vorst ook op snelstromende beken e.d.
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers
- Vogels in begroeiing lastig te tellen, op HVP vaak in begroeiing en slootjes foeragerend
- Ruiconcentraties eind mei tot in augustus
- Tijdens graanoogst (augustus) soms nachtelijke voedselvluchten naar akkers