Krakeend

Wetenschappelijke naam

Mareca strepera

Engelse naam

Gadwall

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :1100
Broedpopulatie

21.000-26.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

59.000-72.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

92.000-120.000, sep-okt (2012-2017)

Krakeend

Mareca strepera

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m eind juni

Datumgrenzen

20 april t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op individu (waakzaam mannetje bij oevervegetatie) of paar (mannetje begeleidt vrouwtje tijdens voedselzoeken, vooral 's avonds goed waarneembaar), territoriaal gedrag (agressie ten opzichte van andere paren) en aanwijzingen voor nest: alarm, afleidingsgedrag, wijfje met kleine jongen. Wijfje dat wegzwemt/wegvliegt en later terugkeert naar zelfde deelgebied is uiterst verdacht.
LET OP: Aan begin broedseizoen vaak groepsbalts (met rondvluchten en veel roepen), waaraan paren uit een groter gebied deelnemen. Later splitsen zich paren af om een nestplek te zoeken. Achtervolgingsvluchten van drie vogels (twee mannetjes, één wijfje) vormen redelijke indicatie voor aanwezigheid territorium.
Mannetje blijft tijdens eifase bij vrouwtje maar vertrekt rond het tijdstip dat de eieren uitkomen. Wijfje met jongen kan al enige afstand hebben afgelegd.
Doortrek tot in mei. Doortrekkers (en later ook: mislukte broedvogels en verzamelingen van mannetjes) houden zich op in groepen maar vertonen geen duidelijke binding aan (delen van) het gebied.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 april t/m 15 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 20 april t/m 15 juni

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Gebonden aan zoete wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie, in toenemende mate in agrarisch cultuurland met sloten. Eileg van eind april tot in juli, vooral in mei en begin juni. Eén broedsel per jaar, meestal 8-12 eieren, broedduur 24-26 dagen, jongen (nestvlieders) met 45-50 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Hele jaar, maar vooral half juli tot in mei, hoogste aantallen augustus-december.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken (plas-dras)
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in paren of groepen tot enkele tientallen, lokaal groepen van vele honderden of meer
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (zwemeenden) als rusten (alle soorten)
- Foerageert op grasland, in ondiep water en op harde ondergrond (pieren, dijken)
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers
- Vogels in begroeiing lastig te tellen
- Lokaal ruiconcentraties, ruiende vogels op afstand te verwarren met Wilde Eend