Mandarijneend

Wetenschappelijke naam

Aix galericulata

Engelse naam

Mandarin Duck

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

300-400 (2013-2015)

Geschat maximum winter

600-1200 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Mandarijneend

Aix galericulata

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind augustus

Datumgrenzen

15 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop (afwisseling bos en open water, veelal parkachtige omgeving maar ook wel uiterwaarden, beekdalen etc.), met nadruk op territorium- of nestindicerend gedrag: balts (met veel roepen, soms in groepjes), wakende vogel (doorgaans in boom), alarm, pulli (worden meestal door wijfje geleid, soms voor enige tijd zelfstandig voedsel zoekend). Paartjes die na vestoring terugkeren naar geschikte plas/bosje zijn verdacht.
LET OP: Baltsende vogels (paartje of meer vogels) maken grote rondvluchten onder luidruchtig roepen. Bij groepsbalts (waarbij meerdere mannetjes betrokken zijn) vooral letten op wegvliegrichting wijfje(s).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbezoek, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 april t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Exoot, gevestigd als jaarlijkse broedvogel vanaf de jaren tachtig.

Broedbiologie

Holenbroeder, nestelt zowel in loofbomen (gaten Zwarte Specht, holle stammen, grote ingerotte plekken) als nestkasten, meestal op aanzienlijke hoogte (vanaf 3 m). Eileg van eind maart tot begin juli, maar vooral half april-half mei; soms leggen verschillende wijfjes in hetzelfde nest (tot 30 eieren), waardoor grote tomen kunnen ontstaan. Eén broedsel per jaar, meestal 8-12 eieren, broedduur 28-31 dagen, jongen verlaten hol na 1 dag en zijn na 60 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Augustus tot in mei.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in paren of groepen tot enkele tientallen (vorst)
- Weinig samen met andere eenden
- Vaak in nogal besloten gebied (vijvers in bos, plassen omzoomd door bomen)
- Vogels vaak onder overhangende takken of begroeiing en dan onopvallend
- Baltsende paren (opvallende roep) leggen grote afstanden af