Nijlgans

Wetenschappelijke naam

Alopochen aegyptiaca

Engelse naam

Egyptian Goose

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

6900-11.400 (2013-2015)

Geschat maximum winter

32.000-45.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

40.200-51.200, sep (2012-2017)

Nijlgans

Alopochen aegyptiaca

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m eind juni

Datumgrenzen

15 maart t/m 15 mei

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Paren in broedbiotoop (vaak man waakzaam, vrouw stevig bunkerend), territoriaal gedrag (balts, gevechten met andere paren) en aanwijzingen voor nest: waakzaam mannetje bij potentiële nestplaats, alarm (fel reagerend op iedere verstoring, mannetje vliegt roepend rond, vrouwtje sluit zich er al dan niet bij aan), afleidingsgedrag (met 'gebroken vleugel' uit vegetatie vluchtend), paar met kleine jongen (indien voorafgegaan door andere waarnemingen ter plekke).
LET OP: Paren zijn strijdlustig en achtervolgen elkaar over grote afstanden. Wees attent op de terugkeer op de broedplaats: dit gaat gepaard met triomfceremonie (beide partners tegenover elkaar staand, veel geluid producerend). Vogels die op grote afstand van water broeden (bijv. diep in bos op oud nest van Havik of Buizerd; bij afwezigheid broedvogel herkenbaar aan bruin dons op nestrand) maken tijdens het broeden voedselvluchten over kilometers en leiden de jongen onmiddellijk na het uitkomen van de eieren weg. Paren met kleine jongen kunnen dus van elders afkomstig zijn! Vervolglegsel na mislukte broedpoging kan op forse afstand van eerste nestlocatie plaatsvinden.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, nestbezoek, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 maart t/m 15 mei en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Concurrentie met inheemse broedvogelsoorten wordt veelvuldig vermoed op grond van agressief gedrag, maar is zelden gedocumenteerd.

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in allerlei landschappen, van open agrarisch cultuurland en meeuwenkolonies (Waddeneilanden) tot bos (oude roofvogelnesten!). Eileg bijna hele jaar mogelijk, maar piek van eind maart tot eind mei. Eén broedsel per jaar, meestal 6-9 eieren, broedduur 28-30 dagen, jongen (nestvlieders) na 65-70 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen augustus-maart.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Oppassen voor verstoring (niet te dicht naderen, geen lawaai)

Bijzonderheden

- Meestal in paren of groepen van enkele tientallen, lokaal enkele honderden. Kan zeer verspreid voorkomen
- Groepen vaak gemengd met ganzen, vooral Grauwe Gans, Kolgans, Grote Canadese Gans
- Broedgevallen (paren met jongen) het hele jaar mogelijk
- Foerageert op grasland en akkers met oogstresten
- Drinkvluchten naar open water
- Let op kleurringen (zie www.geese.org en www.cr-birding.org)
- Ruiconcentraties op open water met riet van half mei tot eind juli, concentratievorming na de rui vaak tot in oktober
- Overzomeraars tellen in juli of eerste helft augustus, overdag op wateren (tussen 09-18:00 uur)
- Veel vogels lijken in omgeving foerageer/rustplaatsen te overnachten, minder neiging tot specifieke slaapplaatsen dan ganzen (maar soms enkele honderden)