Roodmus

Wetenschappelijke naam

Carpodacus erythrinus

Engelse naam

Common Rosefinch

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

15-30 (2013-2015)

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

1-100 (2008-2012)

Roodmus

Carpodacus erythrinus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin mei t/m juli

Datumgrenzen

10 juni t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, met speciale aandacht voor zang, aanwezigheid paar, nestbouw en voedseltransport (zeer onopvallend, maar alarmroep, zacht groenlingachtig 'jèeè`', kenmerkend).
LET OP: Ongepaarde mannen kunnen persistent zingen terwijl broedvogels onopvallend kunnen zijn. Ze kunnen zeer snel na aankomst tot broeden overgaan, waarbij de zang stilvalt. Let dus scherp op of er een vrouwtje aanwezig is (maar pas op voor eenjarige mannetjes, waarvan het kleed enige gelijkenis vertoont). Vaak liggen verschillende territoria bij elkaar. Dan mannetjes beschrijven om ze individueel te herkennen; 2e kalenderjaar man heeft vrouwelijk kleed, oudere vogels rood kleed met individuele variatie in hoeveelheid rood. Zie ook Bijzonderheden.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 10 juni t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Sinds eind jaren tachtig in Nederland broedend, maar inmiddels weer het verdwijningspunt naderend. Documentatie per geval noodzakelijk. Geef hoogste broedcode (met datum) en vermeldt leeftijd van man.

Bijzonderheden

Mannetje alleen territoriaal rond paring, tijdens nestbouw, begin bebroeding eieren en later bij voeren van de jongen; bewaakt dan het vrouwtje. Mannetjes kunnen verschillende zangplekken hebben (soms meer dan een km van nestplek! Suggereert tweede territorium) terwijl omgekeerd een zangplek door verschillende mannetjes gebruikt kan worden. Vanwege mobiliteit veel aandacht besteden aan vliegbewegingen, en bij interpretatie uitgaan van hoogste aantal tegelijkertijd aanwezige mannetjes.

Broedbiologie

Soort komt op Waddeneilanden en kuststrook vooral in binnenduinrand voor, soms langs campings of tuinen. Broedt ook in halfopen cultuurlandschap, moeras en veengebieden met boomgroepen en talrijke struiken (braam, roos, vlier).
eileg eind mei tot eind juni, vooral eerste helft juni. Eén broedsel per jaar (maar tweede broedsel bij vroege aankomst niet uitgesloten), meestal 4-6 eieren, broedduur 11-13 dagen, nestjongenperiode 10-13 dagen.

Literatuur

Bakker T. 1993. Ervaringen met het inventariseren van Roodmussen Carpodacus erythrinus in 1992 op Schiermonnikoog. Limosa 66: 67-69.