Kruisbek

Wetenschappelijke naam

Loxia curvirostra

Engelse naam

Red Crossbill

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

400-3500 (2013-2015)

Geschat maximum winter

2000-30.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

2000-10.000 (2008-2012)

Kruisbek

Loxia curvirostra

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin januari t/m eind augustus

Datumgrenzen

1 januari t/m 15 mei

Tijd van de dag

Vooral in de ochtenduren.

Aanwijzingen

Zang (vaak vanuit boomtop, soms in vluchtje; vooral ingehouden murmelzang is goede aanwijzing, luide zang daarentegen minder indicatief), paar (mannetje begeleidt vrouwtje bij voedselzoeken en nestbouw, vaak zacht kwelend), alarm ('kuk..kuk'; fel alarm bij nest voor Gaai, eekhoorn enz.; alarm echter ook door niet-territoriale vogels, bij verontrusting) en andere aanwijzingen voor nest (vooral voedselvluchten van mannetje met volle krop rechtstreeks naar nest, vallen op door regelmaat met intervallen van een half uur tot een uur; mannetje voert broedend vrouwtje, beide partners voeden de nestjongen).
LET OP: paren komen niet zelden geclusterd rond voedselrijke plekken voor. Groepen in (na)winter waarbinnen gezongen wordt kunnen eerste aanwijzing voor later broedgeval vormen. In dergelijke groepen vindt paarvorming plaats waarna paartjes zich (soms tijdelijk) afscheiden en geschikte nestplaats zoeken (vrouwtje actief zoekend, mannetje volgend en daarbij vaak zachtjes zingend). Nest zelf vaak moeilijk te zien vanaf de grond (in dennen vaak hoog in kroon, in sparren in de top of ver op zijtak, in lariks vaak wat lager tegen hoofdstam). Families met uitgevlogen jongen kunnen van elders komen; tel ze alleen mee indien de jongen nog korte staartjes hebben (en niet helemaal vliegvlug zijn).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 januari t/m 15 mei

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Jaarlijks optreden verschilt enorm, met soms massaal broeden na invasies (deze beginnen in de zomer en lopen door tot in de herfst) en complete afwezigheid in daljaren. Vogels kunnen het broedsel in de steek laten indien de voedselvoorraad uitvalt (openspringen van dennenkegels op warme voorjaarsdagen, waardoor zaad op de grond valt en onbereikbaar wordt); dit kan over grote regio's tot een plotse en massale uittocht leiden.

Broedbiologie

Gebonden aan min of meer uitgestrekte naaldbossen (sparren of dennen, afhankelijk van vruchtzetting). Kan in principe het hele jaar tot broeden komen, maar in Nederland vooral in februari - half april; soms een nieuw broedpiekje in juli. Maximaal twee broedsels per jaar, meestal 3-4 eieren, broedduur 13-15 dagen, nestjongenperiode 14-16 dagen, uitgevlogen jongen worden nog enkele weken verzorgd.

Literatuur

Bijlsma R.G. 1994. Hoe het nest van de Kruisbek Loxia curvirostra te vinden. Drentse Vogels 7: 47-58.