Barmsijs (Grote of Kleine)

Wetenschappelijke naam

Acanthis flammea / cabaret

Engelse naam

Redpoll

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

200-300 (1998-2000)

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

-

Barmsijs (Grote of Kleine)

Acanthis flammea / cabaret

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m eind juli

Datumgrenzen

10 mei t/m 31 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Paren in broedbiotoop, territoriaal gedrag (zang, meestal in baltsvlucht), aanwijzingen voor nest: nestbouw (door vrouwtje), alarm, transport van voedsel (mannetje voert broedend vrouwtje, beide partners voeren nestjongen) of uitwerpselpakketjes (beide partners).
LET OP: Doortrek, vooral na invasiewinters, kan massaal zijn en tot diep in april voortduren; doortrekkers zingen veelvuldig, ook in broedbiotoop (maar houden zich meestal in groepen op en verdwijnen na enige tijd). Broedt soms met enkele paren bijeen en vertoont dan geen duidelijk territoriaal gedrag; betrokken mannetjes kunnen een half uur lang gezamenlijk baltserig rondvliegen en zingen, veelal uit dezelfde boom. Erg onopvallend tijdens het broeden (maar let op luide 'tse-tse-tse' roep van broedend vrouwtje dat door mannetje gevoerd wordt). Voedselvluchten kunnen opvallend zijn (steeds zelfde richting aanhoudend, onder luid roepen) maar over vele honderden meters of meer plaatsvinden (teken vliedgrichting in). Paren met uitgevlogen jongen alleen meetellen als de jongen korte staartjes hebben (kunnen anders al forse afstanden afgelegd hebben).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 10 mei t/m 31 juli

Fusieafstand

500 m

Documentatie

In Nederland alleen broedgevallen bekend van Kleine Barmsijs C. cabaret. Broedgevallen van Grote Barmsijs C. flammea niet geheel uit te sluiten, vooral na invasiewinter. Zulke gevallen goed documenteren inclusief beschrijving verenkleed (liefst foto's) en geluid (opnamen) en broedgedrag (hoogste broedcode).

Bijzonderheden

Lastig te inventariseren soort waarbij zowel ondertelling (broedvogels soms onopvallend) als overschatting (meetellen late trekkers) op de loer liggen. In verband met sterk teruggelopen aantallen na eerdere kolonisatie van Nederland (vooral duinstreek, heidevelden en stedelijk gebied in zuidoosten) is extra aandacht bij alle waarnemingen na 10 mei meer dan terecht.

Broedbiologie

Broedt in Nederland schaars in kuststreek (vooral Waddeneilanden) en lokaal in binnenland, in biotopen variërend van duinvalleien of heide met opslag tot open bos(randen) of stedelijk gebied. Eileg van half april tot begin juli, vooral in mei. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 11-13 dagen, nestjongenperiode 9-13 dagen, uitgevlogen jongen worden nog 2-3 weken gevoerd.