Sijs

Wetenschappelijke naam

Spinus spinus

Engelse naam

Eurasian Siskin

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

500-1200 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Sijs

Spinus spinus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half februari t/m juli

Datumgrenzen

20 april t/m 15 juni

Tijd van de dag

Vooral in de ochtenduren.

Aanwijzingen

Zang (zie hieronder: vooral zachte zang en vlinderende baltsvlucht), paar in broedbiotoop (vooral zingend mannetje dat 'zoekend' vrouwtje volgt: selectie van nestplaats) en aanwijzingen voor nest: nestbouw (door vrouwtje, begeleid door zacht kwelend mannetje), transport van voedsel (in de krop en daardoor onopvallend, behalve door regelmatige pendelvluchten; broedend vrouwtje wordt gevoerd door mannetje, beide partners voeren jongen) en ontlastingspakketje (beide partners).
LET OP: Wintergroepen en doortrekkers aanwezig tot in april, in sommige jaren nieuwe influx vanaf juni. Paarvorming vindt plaats binnen wintergroepen, waarin veelvuldig wordt gezongen (vaak eindigend in soort triller; niet territoriumindicatief). Paren zonderen zich af en gaan nestplek zoeken, waarbij mannetje zacht en kabbelend zingt, zelden met eindtriller (zang in dit geval territoriumindicatief). Ook zang in vlinderende baltsvlucht is territoriumindicatief. Vogels in juni op plekken waar waarnemingen ontbreken tussen half april-eind mei zullen waarschijnlijk van elders komen. Bij families goed opletten: stuntelende jongen met korte staartjes komen uit de directe omgeving, vliegvlugge jongen kunnen van ver komen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-9 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 20 april t/m 15 juni
bij 10-16 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 15 juni
bij 17+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 15 juni

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Jaarlijks optreden sterk wisselend en sterk afhankelijk van voedselaanbod in nawinter en voorjaar. Timing broedseizoen eveneens tamelijk flexibel. Wintervogels en trekkers kunnen (nog) massaal aanwezig zijn terwijl lokale broedvogels bezig zijn met broedcyclus.

Broedbiologie

Nestelt in naaldbos, vooral sparren (maar menging met lariks en dennen kan belangrijk zijn vanwege spreiding in voedselaanbod). Eileg van eind maart tot in juni, incidenteel tot in augustus. Een tot twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 11-14 dagen, nestjongenperiode 13-16 dagen, uitgevlogen jongen worden nog wekenlang gevoerd.