Huismus

Wetenschappelijke naam

Passer domesticus

Engelse naam

House Sparrow

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

600.000-1.000.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

2.000.000-3.000.000 (2013-2015)

Huismus

Passer domesticus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m juni

Datumgrenzen

10 maart t/m 20 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, met voorkeur voor de (vroege) ochtend.

Aanwijzingen

Zingende mannetjes (veelal op dakrand), paren (bij potentiële nestplaats) en aanwijzingen voor nest: nestbouw, bezoek aan waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit), transport van voedsel of ontlastingspakketjes, bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening). Waarnemingen zoveel mogelijk per huisadres noteren of anders per huizenblok, en maak onderscheid tussen de geslachten. Bij hoge dichtheden (tegenwoordig ongewoon), als gespecificeerde telling onmogelijk is, aantal turven en hoogste aantal (voor 15 mei) delen door 1,5.
LET OP: Beste tijd is vóór half mei, daarna vliegen jongen van eerste legsel uit. Telling in stedelijk gebied bij voorkeur op zondagochtend (rustig). Indien mogelijk de achterkant van huizen eveneens controleren (vanaf steegje enz.), maar respecteer de privacy van de bewoners! Tellen bij boerderijen of andere geïsoleerde gebouwen in dit opzicht eveneens soms lastig; vraag toestemming tot betreding van erf of zoek vanaf openbare weg met de kijker daken van stallen en huizen af op mannetjes.
Oppassen met verwarring tussen broedplek en favoriete foerageerplek. In stedelijk gebied vaak hoge dichtheden bij stadsboerderijen, maneges en dierentuinen, maar zulke plekken zijn ook in trek om te foerageren en trekken vogels uit de omgeving aan (ga dus vooral uit van zingende vogels en nestaanwijzingen).
Traditionele nestplaatsen liggen onder dakpannen ('ouderwetse' oranje pannen) en in spouwmuren enz., maar er wordt ook gebroed in nesten van andere vogelsoorten (Ooievaar, Huiszwaluw), kunstmatige nestgelegenheid (voor Gierzwaluw, Spreeuw en Huismus), in klimop tegen huizen en onverwachten plekken (straatverlichting, bouwmachines). Nesten, indien zichtbaar, onmiskenbaar: rommelig, met veel strootjes en veren. In stallen vaak gemakkelijk zichtbaar (in de spanten).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 10 maart t/m 20 juni

Fusieafstand

100 m

Bijzonderheden

Alle van nature in Nederland voorkomende broedvogelsoorten zijn beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, het soortenbeschermingsregime voor vogels. Deze bescherming is o.a. vertaald in verbodsbepalingen, waarvoor mogelijk ontheffing kan worden verleend mits verslechtering van de staat van instandhouding is uitgesloten. Nesten van Huismussen en een aantal andere soorten zijn daarnaast ‘jaarrond beschermd’ verklaard door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om de kans te beperken dat nestlocaties in bebouwing verdwijnen ten gevolge van sloop, renovatie of onderhoud. De lijst met soorten met jaarrond beschermde nesten is niet in de Wet natuurbescherming vastgelegd maar het is een additionele beleidsregel die Rijk en provincies gebruiken om te sturen op een gunstige staat van instandhouding. Met het oog daarop heeft de RVO in 2014 een ‘Soortenstandaard Huismus’ opgesteld. Hierin staat informatie over de soort, leefwijze en aanwijzingen voor mitigerende en compenserende maatregelen. Zie het artikel over soortenstandaards in het blad Groen 2013(10), p 6-10. Afzonderlijke provincies kunnen de lijst met jaarrond beschermde nesten in de komende jaren wellicht gaan aanpassen.

Broedbiologie

Broedt bijna altijd in losvaste kolonies en steevast in directe omgeving van menselijke bewoning, van steden tot geïsoleerde gebouwen (boerderijen, kastelen enz.). Eileg van eind maart tot begin augustus, met tamelijk synchrone eerste legpiek in tweede helft april/begin mei. Twee tot drie (soms vier) broedsels per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 11-12 dagen, nestjongenperiode rond 17 dagen, uitgevlogen jongen worden 1-2 weken gevoerd.