Toendrarietgans

Wetenschappelijke naam

Anser serrirostris

Engelse naam

Tundra Bean Goose

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

5500

Broedpopulatie

5 (2009)

Geschat maximum winter/doortrek

210000-310000, dec-jan (2009-2014)

Tijd van het jaar

Oktober tot in april, hoogste aantallen november-februari.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken; eerste oriëntatie van voedselgebieden vaak mogelijk via bezoek slaapplaats in de ochtend
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Oppassen voor verstoring (niet te dicht naderen, geen lawaai)

Bijzonderheden

- Meestal in groepen tot enkele honderden of meer, zelden solitair (en dan veelal aansluitend bij andere ganzen)
- Groepen vaak gemengd met andere ganzen (Kolgans), soms ook Kleine Zwaan, maar op vaste pleisterplaatsen vaak ongemengde concentraties
- Foerageert veel op akkers met oogstresten, met name in voorjaar ook op gras
- Drinkvluchten naar open water
- Trotseert soms zware sneeuwval, vogels vliegen dan weinig en foerageren liggend in de sneeuw
- Maak eventueel onderscheid tussen eerste winter vogels en oudere dieren, eerste winter vogels goed herkenbaar tot en met december
- Let op halsbanden (zie www.geese.org )

Tijd van het jaar

Oktober-maart, hoogste aantallen november-februari.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1,5 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot half uur erna
Beste tellen in ochtend (aankomst ’s avonds vaak nog in donker, tot uren na zonsondergang).

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Kan grote afstand (>20 km) afleggen tussen voedselterrein en slaapplaats
- Slaapplaats doorgaans op groot open water (plassen, vennen), soms op ondergelopen graslanden
- Indien gemengd met Kolgans (of andere ganzen) zijn telresultaten niet altijd tot op de soort uit te splitsen; bepaal evt. de verhouding tussen de soorten in de omliggende foerageergebieden, en reken dit door naar de slaapplaatsaantallen (altijd vermelden indien deze werkwijze is toegepast!)
- Bij strenge vorst en bevroren water soms op ijs slapend, soms verkassend naar open water

Broedtijd

Toendrarietganzen broeden op de toendra's van Rusland en Siberië. De enkele broedgevallen in Nederland hebben betrekking op achtergebleven vogels, bijvoorbeeld omdat een van de partners ziek of gewond was. Ook zijn er ganzenvangers die geleewiekte vogels houden die in min of meer wilde staat jongen grootbrengen.

Buiten broedtijd

De Toendrarietgans is een klassieke wintergast waarvan de voorhoede in oktober arriveert en de aantallen midden in de winter het hoogst zijn. In februari (zachte winters) of uiterlijk maart (koude winters) verlaat de meerderheid het land. Strenge vorst en sneeuwval leiden niet tot massale wegtrek bij ons, soms wel tot een forse toestroom van vogels die eerder oostelijk van ons pleisterden. De soort heeft een voorkeur voor bouwland met oogstresten. De grootste concentraties doen zich gewoonlijk voor in het noordoosten en zuidoosten van het land. De landelijk getelde aantallen stegen vooral na 1995, met in het noorden van het land een veel sterkere toename dan elders. In topwinters zijn bijna 300.000 Toendrarietganzen aanwezig.