Taigarietgans

Wetenschappelijke naam

Anser fabalis

Engelse naam

Taiga Bean Goose

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

590

Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter/doortrek

1-170, dec-feb (2009-2014)

Tijd van het jaar

Oktober tot in april, hoogste aantallen december-februari.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Oppassen voor verstoring (niet te dicht naderen, geen lawaai)

Bijzonderheden

- Tegenwoordig ronduit zeldzaam, ook in koude winters (voorheen influxen)
- Herkenning, vooral van solitaire vogels of kleine groepjes, vaak problematisch door overlappende kenmerken Toendrarietgans; probeer goede foto’s te maken en voorzie waarneming van goede documentatie (welke kenmerken gezien, waarom Toendrarietgans uitgesloten), zie ook Limosa 84: 117-131
- Let binnen rietganzengroepen specifiek op subgroepen of families (blijven bijeen) met ‘klassieke’ kenmerken (opvallend groot formaat met lange dunne hals; lange afgeplatte snavel met doorgaans veel geel enz.)
- Meestal in familiegroepjes of groepen tot enkele tientallen, vaak iets afgezonderd van overige ganzen
- Solitaire vogels zich aansluitend bij Toendrarietganzen of andere ganzen
- Foerageert meer op grasland dan Toendrarietgans, maar ook te vinden op akkers met oogstresten
- Drinkvluchten naar open water

Tijd van het jaar

Oktober tot in april, hoogste aantallen december-februari.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1,5 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot 1 uur erna
Beste tellen in ochtend (aankomst ’s avonds vaak nog in donker).

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht gunstig: vogels beste zichtbaar
- Grote slaapplaatsen evt. met meer mensen tellen
- ’s Ochtends uitvliegende vogels noteren of schatten, daarna de nog aanwezige vogels tellen

Bijzonderheden

- Vanwege lastige determinatie eigenlijk niet te herkennen op slaapplaatsen. Alleen vogels meetellen die overdag met zekerheid in de omgeving zijn waargenomen
- Slaapplaats doorgaans op groot open water (plassen, vennen), soms op ondergelopen graslanden
- Bij strenge vorst en bevroren water soms op ijs slapend, soms verkassend naar open water

Broedtijd

Taigarietganzen broeden niet in Nederland. Sommige ganzenvangers houden echter tamme vogels die vrij loslopen. Een incidenteel broedgeval van zulke vogels is niet uit te sluiten.

Buiten broedtijd

Tegenwoordig is de Taigarietgans een zeldzame wintergast. Alleen in Noord-Brabant en Noordoost-Nederland zijn er enkele vaste pleisterplaatsen. Het gaat om hooguit 100-200 vogels (meestal nog minder), die vooral tussen december en februari worden gezien. Tot ongeveer 1990 was de soort veel talrijker, althans in strenge winters. De aantallen liepen dan op tot 20.000 exemplaren. De afname daarna is een tijdlang gemaskeerd door determinatieproblemen en verwarring met variabel getekende en enigszins gelijkende Toendrarietganzen. Ook in de belangrijke overwinteringsgebieden in Duitsland en Zweden daalden de aantallen fors. In Duitsland kromp de winterverspreiding in oostelijke richting in. De oorzaken voor de afname zijn onduidelijk, al lijkt intensieve jacht tijdens de trek een factor van betekenis te zijn.