Roek

Wetenschappelijke naam

Corvus frugilegus

Engelse naam

Rook

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

47.500-53.300 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Roek

Corvus frugilegus

Methode

Nesten tellen

Tijd van het jaar

Half maart t/m eind mei

Datumgrenzen

15 maart t/m 10 mei

Tijd van de dag

Gehele dag

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal nesten tellen tussen 15 maart-10 mei, bij voorkeur zo laat mogelijk, maar voordat de bladeren aan de bomen komen. Zowel volledig uitgebouwde nesten tellen (al dan niet met broedvogel erop of erbij) als nesten in aanbouw. Onbezette nesten komen vrijwel nooit voor (worden afgebroken). Let op voedselvluchten (tot 5 km van kolonie) en invallende vogels op potentiële broedplaats.
Doorgaans is tellen op afstand mogelijk met kijker of telescoop. Indien betreding van het terrein nodig is: zo kort mogelijk i.v.m. verstoring, en nooit bij ongunstig weer (kans op beschadiging broedsel).
Vestigingen mogelijk tot ver in april.
LET OP: Vrijwel altijd in kolonies broedend, maar nieuwe vestigingen beginnen soms met slechts enkele paren. Solitaire paren zeer ongebruikelijk.

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten in periode 15 maart-10 mei aanhouden.

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Aan het begin van het broedseizoen kunnen nesten verdwijnen of treden verplaatsingen op door stormschade, gevechten of verstoring. Kolonies kunnen door storing uiteenvallen in verschillende kleinere kolonies in de omgeving.

Broedbiologie

Broedt meestal in hoge loofbomen, soms in naaldbomen en lage bomen, zowel in buitengebied als binnen bebouwde kom. Eileg van eind maart tot eind april.Eén broedsel per jaar (met regelmatig vervolglegsels na mislukking). Meestal 3-5 eieren, broedduur 16-18 dagen, nestjongenperiode 32-35 dagen, jongen worden na uitvliegen nog enkele weken gevoerd. Vrouwtje broedt alleen en wordt door mannetje gevoerd. Nestjongen worden eerste twee weken door mannetje gevoerd, daarna door beide ouders.

Broedtijd

Door vervolging en onopzettelijke vergiftiging (landbouwbestrijdingsmiddelen) was de Nederlandse stand rond 1970 op een dieptepunt, maar herstelde zich in de periode daarna. Vanaf ongeveer 2000 nemen de aantallen licht af, deels als gevolg van verstoring in verband met overlast en vermeende schade. Door verstoring neigen voorheen grote kolonies ertoe zich over meerdere locaties te verspreiden. De bijna 900 kolonies bestaan meestal uit enkele tientallen tot een honderdtal nesten, de grootste tellen rond 1000 nesten. Zo'n 80% van de Roeken broedt in Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Friesland. Vestigingen in het westen van het land, in het verleden niet ongewoon, zijn momenteel schaars maar nemen weer toe.

Buiten broedtijd

De verspreiding in het winterhalfjaar overlapt met die in de broedtijd. Nederlandse broedvogels overwinteren nabij de eigen broedplaats, misschien met uitzondering van een deel van de onvolwassen vogels. De instroom van Noord- en Oost-Europese overwinteraars is vanaf ongeveer 1995 aan het droogvallen. Waarschijnlijk overwinteren zulke vogels in toenemende mate in of dichter bij het eigen broedgebied, een verschijnsel dat zich eerder bij Bonte Kraai voordeed. De afname van Roeken van elders is ook te merkbaar in de trekmaanden maart en, vooral, oktober. Op trektelposten zijn de lange slierten trekkende Roeken duidelijk zeldzamer dan enkele tientallen jaren geleden.