Kleine Zwaan

Wetenschappelijke naam

Cygnus columbianus

Engelse naam

Tundra Swan

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :180
Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter

7600-11.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

3600-7900, nov (2012-2017)

Tijd van het jaar

Oktober tot in april, hoogste aantallen november-half maart.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in groepen tot enkele tientallen of honderden, zelden solitair (en dan veelal aansluitend bij andere zwanen of ganzen)
- Groepen soms gemengd met ganzen, andere zwanen, Smienten enz.
- Zowel in open veld (graslanden en akkers met oogstresten) als op open water
- Bij harde wind op open water concentrerend bij windstille plekken
- Graag op plas-dras situaties na overstroming (hoge waterstand rivieren) of overvloedige regenval
- Maak eventueel onderscheid tussen eerste winter vogels en oudere dieren en leg grootte individuele families vast
- Let op halsbanden en kleurringen (zie www.geese.org en www.cr-birding.org)

Tijd van het jaar

Oktober-april, hoogste aantallen november-half maart.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1,5 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot half uur erna
Beste tellen in ochtend (aankomst ’s avonds vaak nog in donker)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aanvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats doorgaans groot open water, soms op ondergelopen velden
- Regelmatig omgedraaid dag- en nachtritme (overdag slapend en 's nachts foeragerend)
- Bij strenge vorst en bevroren water soms op ijs slapend, soms verkassend naar open water