Kleine Zwaan

Wetenschappelijke naam

Cygnus bewickii

Engelse naam

Bewick`s Swan

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

180

Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter/doortrek

7600-11000, dec-jan (2009-2014)

Tijd van het jaar

Oktober tot in april, hoogste aantallen november-half maart.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in groepen tot enkele tientallen of honderden, zelden solitair (en dan veelal aansluitend bij andere zwanen of ganzen)
- Groepen soms gemengd met ganzen, andere zwanen, Smienten enz.
- Zowel in open veld (graslanden en akkers met oogstresten) als op open water
- Bij harde wind op open water concentrerend bij windstille plekken
- Graag op plas-dras situaties na overstroming (hoge waterstand rivieren) of overvloedige regenval
- Maak eventueel onderscheid tussen eerste winter vogels en oudere dieren en leg grootte individuele families vast
- Let op halsbanden en kleurringen (zie www.geese.org en www.cr-birding.org)

Tijd van het jaar

Oktober-april, hoogste aantallen november-half maart.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1,5 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot half uur erna
Beste tellen in ochtend (aankomst ’s avonds vaak nog in donker)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aanvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats doorgaans groot open water, soms op ondergelopen velden
- Regelmatig omgedraaid dag- en nachtritme (overdag slapend en 's nachts foeragerend)
- Bij strenge vorst en bevroren water soms op ijs slapend, soms verkassend naar open water

Broedtijd

In het zomerhalfjaar blijven wel eens Kleine Zwanen in Nederland achter, vermoedelijk vogels in een te slechte conditie om weg te trekken. Sommige dieren blijven jarenlang ter plekke. Aanwijzingen voor broedgevallen ontbreken.

Buiten broedtijd

Kleine Zwanen arriveren vanaf oktober in ons land en verlaten dat in februari of maart, tegenwoordig in toenemende mate al in december-januari. De eerst aangekomen vogels zoeken grote open wateren op, vooral het Lauwersmeer, Veluwemeer en IJsselmeer. Hier foerageren soms meer dan 1000 Kleine Zwanen op ondergedoken waterplanten. Wanneer deze voedselvoorraad uitgeput is, verkassen ze naar boerenland. Ze benutten dan voedselresten op akkers en plas-dras situaties in graslanden, bijvoorbeeld na overstromingen langs de Grote Rivieren. Sneeuw en vorst zorgen voor enige verplaatsingen binnen het land, met meer nadruk op de zuidwestelijke helft. De landelijke aantallen namen vanaf 1975 eerst toe, maar vanaf 1995 weer af. De afname hangt samen met tegenvallend broedsucces: het aandeel jongen in de wintergroepen is al vele jaren relatief laag. De vogels blijven bovendien steeds korter in ons land pleisteren. Desondanks overwintert soms de helft van de NW-Europese populatie in Nederland.