Glanskop

Wetenschappelijke naam

Poecile palustris

Engelse naam

Marsh Tit

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

12.000-15.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Glanskop

Poecile palustris

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 februari t/m 10 juni

Tijd van de dag

Vooral in ochtend, maar bij koud weer aan begin broedseizoen ook later op de dag.

Aanwijzingen

Vroege activiteitspiek, vooral in maart en begin april, bij gunstig weer ook in februari. Let op
zang (scherp monotoon 'tsif-tsif-tsif' salvo), paren, nestbouw (door vrouwtje) en transport van voedsel (mannetje voert broedend vrouwtje, beide partners voeren jongen) of ontlastingspakketje (beide partners). Tijdens balts, vooral vlak voor eileg, kan voer worden overgedragen.
LET OP: vrouwtje kan zingen (maar doet dat incidenteel, zachter en gevarieerder dan man; vaak maar één strofe), beide partners roepen (scherp, explosief 'pietsje'). Door conflicten aan grenzen van territorium kan verspreiding meer geclusterd lijken dan hij in werkelijkheid is (midden in territorium weinig waarnemingen). Waarnemingen vanaf begin juni in toenemende mate complex door uitvliegende en rondzwervende jongen (vormen soms 'stelletjes').

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 1 februari t/m 10 juni
bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 1 februari t/m 10 juni

Fusieafstand

300 m

Documentatie

Goede documentatie (liefst met foto en/of geluidsopname) is gewenst buiten de reguliere broedgebieden.

Bijzonderheden

Geluiden van andere mezen, met name Pimpelmees en Koolmees, kunnen sterk op die van Glanskop lijken en waren in het verleden aanleiding tot beruchte verwisseling, bijv. in Noord-Brabant (waar Glanskop vrijwel nergens blijkt te komen), Noordoost-Drenthe en Noord-Limburg ten westen van de Maas. Controleer buiten de reguliere broedgebieden (zie hiervoor Atlas van de Nederlandse broedvogels, 2002)iedere vermeende Glanskop.

Broedbiologie

Broedt in doorgaans wat grotere, gevarieerde oude loofbossen of gemengde bossen. Holenbroeder, verbreedt desgewenst het bestaande gat, ook wel in nestkasten (en in Duitsland in oeverzwaluwkolonies, holen in de grond of in muur en tussen boomwortels). Eileg van eind maart tot eind april. Eén broedsel per jaar, meestal 7-10 eieren, broedduur 13-14 dagen, nestjongenperiode 18-19 dagen, uitgevlogen jongen nog tot 15 dagen bij ouders verblijvend.

Broedtijd

De Glanskop is een karakteristieke soort van opgaand loofbos. Hij kent een ruime verspreiding in de Hollandse duinen en in grote delen van de hoge gronden, maar is zeldzaam in Noord-Brabant en Limburg ten westen van de Maas. Het schijnbare verdwijnen op veel plaatsen daar sinds 1975 (zie Veranderingskaart). berust voornamelijk aan foutieve determinaties bij ouder onderzoek. De landelijke stand nam tot ongeveer 1990 toe door het ouder (en geschikter) worden van bos. Tegelijkertijd breidde de soort zich sterk uit in gebieden waar hij eerst nagenoeg ontbrak, zoals West-Drenthe. Sindsdien deden zich geen grote veranderingen meer voor. Strenge winters hebben amper effect op deze soort.

Buiten broedtijd

Als echte standvogel blijft de soort het hele jaar in zijn broedgebied. Waarnemingen op afstanden van enkele tientallen kilometers van bekende broedplaatsen zijn uitermate bijzonder.