Baardman

Wetenschappelijke naam

Panurus biarmicus

Engelse naam

Bearded Reedling

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

1400-1700 (2016)

Geschat maximum winter

5000-7000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Baardman

Panurus biarmicus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m eind juni

Datumgrenzen

1 april t/m 15 mei

Tijd van de dag

Gehele dag, maar vooral 's ochtends en bij voorkeur bij zonnig, rustig en niet te koud weer.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen, met speciale aandacht voor aanwezigheid individu of paar in geschikt biotoop, roepende adult uit riet (alleen april-mei, daarna verwarring met uitgevlogen jongen mogelijk), alarm en voedseltransport (mei-juni). De soort broedt vaak in los-vaste 'kolonies' en heeft geen duidelijk territorium; 'koloniebroeders' kunnen gemeenschappelijke voedselvluchten ondernemen.
LET OP: Veel aandacht besteden aan de aard van de waarneming (man/vrouw/vogel met jongen). Uitgevlogen jongen worden begeleid door het mannetje, terwijl het vrouwtje een nieuw legsel kan starten. Enige dagen na het uitvliegen (vanaf half mei) kunnen vogels met jongen zich verplaatsen naar favoriete foerageergebieden. Dit kan gemakkelijk leiden tot overschatting van het aantal paren. Wees hierop attent.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 april t/m 15 mei en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Broedgevallen op de hoge zandgronden zijn zeldzaam. Graag zo goed mogelijk documenteren, inclusief hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Soort is lastig te tellen door moeilijke begaanbaarheid van broedbiotoop. Tellen vanuit kano soms mogelijk. In grote gebieden met veel broedvogels vooral uitgaan van een of enkele bezoeken in april-mei waarbij speciale aandacht aan deze soort is besteed. Eventueel proberen om positie van nestplekken van afstand te traceren, onder gebruikmaking van voedselvluchten (intekenen op detailkaart); vlucht naar nest verloopt zonder roepen, vlucht van nest af met korte roepjes. Voedselgebieden van 'koloniebroeders' soms op honderden meters van het nest!

Broedbiologie

Gebonden aan (meestal grote) overjarige rietbestanden, zowel in zoete als zoute milieus, nestelend in open rietvegetaties of langs randen. Nesten, gemaakt in kniklaag van oud riet of lisdodde, soms op 10-15 m van elkaar. Eileg van begin april tot in juli. Twee broedsels per jaar, soms ook drie of zelfs vier; meestal 4-7 eieren, broedduur 12-13 dagen, nestjongenperiode 13-14 dagen.