Kleine Vliegenvanger

Wetenschappelijke naam

Ficedula parva

Engelse naam

Red-breasted Flycatcher

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

0-2 (2013-2015)

Geschat maximum winter

0-1 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

1-100 (2008-2012)

Kleine Vliegenvanger

Ficedula parva

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

1 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends.

Aanwijzingen

Bij waarneming in geschikt biotoop (oud bos) alert zijn op zang (vaak vanaf kale zijtak vlak bij stam of in kroonlaag, karakteristieke baltsvlucht met zangstrofe net voor landen), aanwezigheid paar, nestbouw, alarm (opvallend 'iluu..iluu..iluu'), voedseltransport (man kan broedend vrouwtje voeren, beide ouders voerend jongen).
Let op kleed van zingende man: uitgekleurd (na tweede kalenderjaar) of niet (tweede kalenderjaar). Gepaarde mannetjes zingen vaak kort (hooguit 2 weken, tot begin juni), ongepaarde mannetjes (vaak niet uitgekleurd) juist lang (soms wekenlang in juni).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

200 m

Documentatie

Uitgebreide documentatie (geluidsopname, foto) noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. Geef details omtrent verenkleed (leeftijd) van zingende vogel. Zekere broedgevallen zijn in Nederland nog niet bewezen. Enkele gemelde broedgevallen in het verleden zijn onvoldoende gedocumenteerd.

Bijzonderheden

Broedbiologie

Nestelend in rijk gestructureerde oude loofbossen, vooral beukenbos op reliëfrijke ondergrond (bijv. beekdal). Halfholenbroeder, meestal nestelend in diepe boomholen en -spleten, zelden in nestkasten of aan gebouwen. Eileg (Duitsland!) begin mei tot in juli, vooral eind mei en juni. Eén broedsel per jaar, meestal 4-7 eieren, nestjongenperiode 13-15 dagen.