Bergfluiter

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus bonelli

Engelse naam

Western Bonelli's Warbler

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

-

Bergfluiter

Phylloscopus bonelli

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

1 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends.

Aanwijzingen

Territoriumindicerende waarnemingen (zang), opletten voor aanwijzingen voor broeden: alarm (fel alarmerend voor Gaai en Ekster), nestbouw en voedseltransport. Eventueel geluid afspelen bij twijfel of vogels nog aanwezig zijn.
Goed oppassen voor Fluiters met afwijkende, korte zang! Let op roep! Mengparen met Fluiter zijn bekend.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

200 m

Documentatie

Uitgebreide beschrijving soort, geluidsopname en gedetailleerde documentatie noodzakelijk met hoogste broedcode per datum. Soort wordt beoordeeld door CDNA. Soortdeterminatie puur op zang is onvoldoende.

Bijzonderheden

Bergfluiter P. bonelli en Balkanbergfluiter P. orientalis verschillen opvallend qua roep. Enkele beschreven broedgevallen in Nederland (Bergfluiter) niet aanvaard door CDNA.

Broedbiologie

Gebonden aan open loof- en gemengde bossen met spaarzame struiklaag. Bodemnest onder graspollen, tussen wortels, op greppelranden enz. Eileg half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 12-13 dagen, nestjongenperiode 12-13 dagen, beide ouders verzorgen deel van de uitgevlogen jongen.