Braamsluiper

Wetenschappelijke naam

Sylvia curruca

Engelse naam

Lesser Whitethroat

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

17.000-20.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

-

Braamsluiper

Sylvia curruca

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

25 april t/m 1 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Zang (rateltje, soms voorafgegaan door of beperkt tot gebrabbel), alarm (fel roepend in omgeving nest of uitgevlogen jongen), nestbouw (mannetje bouwt verschillende platformpjes, vrouwtje maakt keus en voltooit een der bouwsels), transport van voedsel of uitwerpselpakketje (beide partners).
LET OP: zingende vogels kunnen zich in lijnvormige landschapselementen over honderden meters tot wellicht 1 km verplaatsen, telkens van zangpost wisselend. Enige doortrek (ook van zingende vogels) mogelijk tot in mei, maar denk niet te snel aan doortrekkers: broedvogels kunnen na paarvorming, nestbouw en eileg (soms binnen enkele dagen na aankomst) vrijwel van de aardbodem verdwenen lijken, om pas na enkele weken (met uitgevlogen jongen of via hernieuwde zangactiviteit) blijk van aanwezigheid te geven.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-9 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 25 april t/m 1 juli
bij 10-16 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 25 april t/m 1 juli
bij 17+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 25 april t/m 1 juli

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in halfopen tot open landschappen, zowel in natuurterrein (vooral duinen, schaars in bosranden en verjongingsvlakten), als kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en stedelijke bebouwing.
Eileg van eind april half juni, met piek in mei. Eén broedsel per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 11-14 dagen, nestjongeperiode 11-13 dagen, jongen worden na uitvliegen nog ca. 3 weken verzorgd.