Spotvogel

Wetenschappelijke naam

Hippolais icterina

Engelse naam

Icterine Warbler

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

17.000-25.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij groot aantal

Spotvogel

Hippolais icterina

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin mei t/m juli

Datumgrenzen

10 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Zang (doorgaans vanuit hogere struik of boom, niet zelden vlakbij toekomstig nest) en aanwijzingen voor nest: vooral alarmroep (opvallend 'dideroit', bij nest veelvuldig te horen). Voorts (maar lastig waarneembaar): transport van nestmateriaal, voedsel (ook: broedend vrouwtje dat door mannetje wordt gevoerd) en uitwerpselpakketjes.
LET OP: wellicht enige doortrek tot in juni (pas op met zingende vogels in atypische biotopen als gesloten oud bos). Anderzijds: broedvogels kunnen kort na aankomst beginnen met nestbouw (vooral in mooi voorjaar), waarna de zang stilvalt. Let bij latere bezoeken speciaal op alarmroep.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-6 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 10 mei t/m 15 juli
bij 7-10 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 10 mei t/m 15 juli
bij 11+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 10 mei t/m 15 juli

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Broedbegin (en daarmee samenhangend: piek in zangactiviteit voorafgaand aan eileg) jaarlijks nogal fluctuerend (laat bij aanhoudend nat en koud weer in mei).

Broedbiologie

Broedt in halfopen landschappen, zowel agrarisch cultuurlandschap met veel struiken (incl. erven) als natuurgebied (bosranden, open bos, verlandend moeras) en stedelijk gebied (jonge groenvoorzieningen). Eileg van half mei tot in juli, met piek eind mei en eerste helft juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 13-15 dagen, jongen worden nog enige tijd na uitvliegen gevoerd.

Broedtijd

De Spotvogel broedt door het hele land, met een voorkeur voor klei- en veengronden. In tegenstelling tot de meeste zangers wordt open boerenland met erfbeplanting en singels geprefereerd boven bosgebieden. Jonge aanplant (loofbos) kan echter tijdelijk dicht bezet zijn, ook in stedelijk gebied (parken in aanleg). De landelijke aantallen nemen sinds 1975 of eerder af. Dit vormt onderdeel van een proces dat heel West-Europa beslaat. Het wijst op noordwaartse verschuiving van broedgebied, mogelijk door klimatologische oorzaken. De afname bij ons heeft niet te maken met concurrentie met de naar het noorden oprukkende Orpheusspotvogel.

Buiten broedtijd

De eerste Spotvogels arriveren in de laatste dagen van april, veel vaker in de eerste weken van mei. Tot begin juni kunnen zich nog Spotvogels vestigen, maar van doortrek uit andere landen is amper sprake: ons land ligt aan de uiterste rand van het verspreidingsgebied. De soort vertrekt in de loop van augustus of begin september.