Grote Karekiet

Wetenschappelijke naam

Acrocephalus arundinaceus

Engelse naam

Great Reed Warbler

Rode Lijst

Bedreigd

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

110-130 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

Grote Karekiet

Acrocephalus arundinaceus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends vroeg (bij aankomst gehele dag), maar ook wel 's avonds en 's nachts (meest ongepaarde mannetjes).

Aanwijzingen

Zingende vogels, paren en individuen met nestindicerend gedrag: nestbouw, alarm (opvallend ratelen), transport voedsel of uitwerpselen (beide ouders). Verjaagt vrijwel alle andere soorten zangvogels uit het territorium.In grote moerasgebieden inventariseren vanuit kano. Zangactiviteit zakt na paring snel in. Ongepaarde mannen zingen doorgaans dagenlang hardnekkig, ook vanuit afwijkend biotoop (bijv. lisdodde i.p.v. riet), en verplaatsen zich daarna; deze vogels meetellen, maar hiervan melding maken.
LET OP: Tijdens de paarvorming kan het vrouwtje kort en zacht zingen. Nadat het paar is gevormd gaat het mannetje over tot een verkorte zang die vaak alleen uit de beginstrofen bestaat (short-song). Hij doet dit vlakbij het nest. Niet zelden heeft zo’n mannetje een tweede zangpost 50-100 m van het nest, waar hij de gewone zangversie laat horen. Dit leidt gemakkelijk tot overtelling. Let dus op type zang en verplaatsingen.
Afspelen van geluid kan bij solitaire vestigingen zinvol zijn bij twijfel omtrent aanwezigheid.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 15 juli

Fusieafstand

300 m

Documentatie

Onderscheid maken, indien mogelijk, tussen gepaarde en ongepaarde vogels.

Bijzonderheden

Meest monogaam, maar tot een kwart van de mannetjes houdt er meerdere vrouwtjes op na. Soms tot 40% van de mannetjes ongepaard (blijkt in Nederlandse studies mee te vallen).

Broedbiologie

Nestelt gewoonlijk in riet boven water, waarbij overjarige halmen worden gebruikt bij de ophanging van het nest. Nestelt (buiten Nederland) ook in struiken, lisdodde etc. Eileg in mei en juni. Eën broedsel per jaar, meestal 4-7 eieren, broedduur 13-15 eieren, nestjongenperiode 10-15 dagen.

Broedtijd

Grote Karekieten zijn gebonden aan overjarig stevig waterriet dat geschikt is om het relatief zware nest te dragen. Een groot deel van de Nederlandse populatie is gevestigd in de noordelijke Randmeren van het IJsselmeergebied. Elders komen alleen in de oostelijke Vechtplassen nog tientallen paartjes voor, elders zijn ze uitermate schaars. Ongepaarde mannetjes zingen soms wekenlang op voor broeden ongeschikte plekken. De Grote Karekiet was tot ongeveer 1965 een hele normale broedvogel in de waterrijke delen van het land. De aantallen namen dramatisch af, alleen al sinds 1990 met 80%. De soort verdween vrijwel volledig van de hoge gronden, waar hij nooit algemeen was, maar bijvoorbeeld ook uit grote delen van het rivierengebied. De afname van vitaal waterriet als gevolg van onder andere onnatuurlijk peilbeheer is hierbij een belangrijke factor.

Buiten broedtijd

De vroegste Grote Karekieten zijn in de laatste dagen van april te verwachten, de laatste verlaten ons land eind september. Van doortrek is amper iets te merken.