Purperreiger

Wetenschappelijke naam

Ardea purpurea

Engelse naam

Purple Heron

Rode Lijst

Bedreigd

Ramsar 1%

350

Broedpopulatie

940-990 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

zeer klein aantal

Purperreiger

Ardea purpurea

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Begin mei t/m eind juli

Datumgrenzen

1 juni t/m 30 augustus

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Nesten tellen in broedseizoen
Minimaal eenmaal bezette nesten tellen. Deze zijn in april-mei vaak goed waarneembaar in het nog niet volledig opgeschoten riet en zijn soms van afstand met telescoop of verrekijker te tellen. Tel alleen de nieuwe nesten, de oude nesten (zonder schijt) zijn niet zelden in het volgend jaar nog aanwezig. Nimmer rietkragen betreden waarin gebroed wordt, want dan kunnen paden voor o.a. Vos ontstaan.
Door verstoring vinden soms verplaatsingen plaats binnen het broedseizoen.

Nesten tellen na broedseizoen
Wanneer tellen in het broedseizoen onmogelijk of onwenselijk is, kan dit soms na afloop van het broedseizoen alsnog plaatsvonden (bijv. in de winter tijdens vorst). Tel de duidelijk gebruikte nesten.

Broedverdachte paren of individuen tellen
Indien nesttelling onmogelijk, dan minimaal eenmaal aantal paren of individuen tellen op of bij de broedplaats.
Let op voedselvluchten (tot meer dan 10 km van de kolonie) en invallende vogels op potentiële broedplaats (locatie intekenen, let vooral op vogels die bij landing poten laten hangen, roepen en/of kop- en nekveren opzetten: uiterst verdacht!). Vestigingen van één of enkele paren zijn vaak onopvallend. Foeragerende vogels niet meetellen; pas op voor overzomerende niet-broedvogels. Paren met jongen blijven doorgaans enige tijd in de nestomgeving hangen.

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden in periode 1 juni-31 juli. Bij nestentelling buiten broedseizoen: aantal duidelijk gebruikte nesten tellen.
In overige gevallen (paar in broedbiotoop, zang en/of balts):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 juni t/m 31 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Broedgevallen buiten de bekende kolonies hebben, zeker in regio's waar nestelen ongebruikelijk is, avifaunistische waarde. Noteer per datum wat waargenomen is, en geef hoogste broedcode door.

Bijzonderheden

De soort wordt in Nederland al jarenlang gevolgd door een werkgroep onder coördinatie van H. van der Kooij. Op de bekende broedplaatsen is een telling dus onnodig (en betreding van het gebied bijzonder onwenselijk). Wees echter attent op nieuwe vestigingen elders.

Broedbiologie

Nestelt meestal koloniegewijs in vrijwel onbegaanbare (uitgestrekte) rietmoerassen met struweel, soms ook solitair in riet. Op verschillende plekken tegenwoordig al even hoog in boomkronen broedend als Blauwe Reiger.
Eén broedsel per jaar. Meestal 4-5 eieren, broedduur 25-30 dagen, nestjongenperiode ca. 20 dagen, jongen vliegvlug na 45-50 dagen. Eileg eind april tot ver in juni.

Broedtijd

De rond 30 jaarlijks bezette kolonies van de Purperreiger liggen vrijwel uitsluitend in het lage deel van het land, met de nadruk op de laagveengebieden van Friesland, Overijssel en het Groene Hart. De grootste kolonies, zoals de Nieuwkoopse Plassen en de Zouweboezem, tellen in goede jaren 100-200 paren. De landelijke stand nam tussen 1970 en 1990 af van minstens 900 naar 220 paren. Dit was een gevolg van ernstige droogte in de overwinteringsgebieden, de Sahel in West-Afrika, in combinatie met biotoopverslechtering op de broedplaatsen. Vanaf 1990 herstelden de aantallen zich dankzij nattere jaren in de Sahel en lokale biotoopverbetering in Nederland.

Buiten broedtijd

Nederland ligt aan de uiterste noordwestrand van het verspreidingsgebied. Doortrekkers van elders hoeven we amper te verwachten. De Nederlandse vogels trekken weg in augustus en september, veelal in de avonduren. Op sommige locaties in Zuid-Holland noteren tellers bij geschikte weersomstandigheden soms meer dan 100 trekkers per avond. Winterwaarnemingen zijn uiterst zeldzaam en verdienen een kritische beoordeling. De broedvogels arriveren vooral in april. Buiten de kolonies zwerven mondjesmaat wat Purperreigers door het hele land rond.