Grote Zilverreiger

Wetenschappelijke naam

Casmerodius albus

Engelse naam

Western Great Egret

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

540

Broedpopulatie

320-340 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

3400-6700, okt-nov (2009-2014)

Grote Zilverreiger

Casmerodius albus

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Eind april t/m eind juni

Datumgrenzen

15 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Bezette nesten tellen dan wel broedverdachte vogels. Paren of zich verdacht gedragende individuen lange tijd met de kijker volgen; let op nestindicerend gedrag: nestbouw, voedselvlucht, invallende vogels op potentiële broedplaats, paar met pas uitgevlogen (niet-vliegvlugge) jongen enz.
Houdt rekening met overzomeraars en pas op met voedselvluchten (over vele kilometers).

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten tellen. Bij overige waarnemingen: minimaal 2 territorium-indicerende waarnemingen in periode 15 mei-30 juni.

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Broedgevallen buiten de Oostvaardersplassen goed documenteren. Duidelijk aangeven wat werd waargenomen (broedcode), en op welke datum. Maak melding van evt. mengparen of hybride vogels, voor zover betrokken bij het broedproces.

Bijzonderheden

Mengparen met Blauwe Reiger komen voor. Niet-broedende (niet geslachtsrijpe) vogels kunnen in kolonie rondhangen, net als nog niet vliegvlugge jongen.

Broedbiologie

Uitsluitend in zoetwatermilieus broedend. Nestelt zowel in kolonieverband als (minder gebruikelijk) solitair. Zowel eigen kolonies als gemengde kolonies met reigers en Lepelaars.
Nestplaats gewoonlijk midden in uitgestrekte, hoge en oude rietvelden, soms in bomen. Vogels in tweede of derde kalenderjaar geslachtsrijp. Beide partners bouwen aan nest en voeden jongen. Eileg in mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3-5 eieren, broedduur 25-26 dagen, nestjongenperiode ca. 45 dagen.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen oktober-februari.

Tijd van de dag

Van 1,5 uur na zonsopgang tot 2 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair of met enkele bijeen
- Verspreide vogels vaak agressief tegen elkaar (verjaagvlucht met vertraagde vleugelslag)
- Groepen van enkele tientallen alleen op slaapplaats/voorverzamelplaats
- Zowel in open veld als langs sloten en oevers
- In diepliggende sloten gemakkelijk te missen
- Bij strenge vorst concentraties op ijsvrije plekken, overige vogels zeer verspreid en onopvallend
- Let op kleurringen (zie http://www.cr-birding.org/ voor projecten)

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen oktober-februari.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot half uur erna
Zowel ´s ochtends als ´s avonds te tellen

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats doorgaans in bomen langs water
- In rietrijke gebieden en/of bij snijdende wind ook langs rietkragen slapend
- Vaak aan te treffen op slaapplaatsen van Aalscholvers
- Voorverzamelplaatsen in ondiep water of op velden (nog even foerageren)
- Laat arriverende vogels verrassend moeilijk zichtbaar (geen donker silhouet door witte kleur)
- Bij strenge vorst vaak dichter bij voedselgebied overnachtend, soms op ijs
- Verstoringsgevoelig, houd afstand tot slaapplaats

Broedtijd

De Grote Zilverreiger broedt vanaf 1978 jaarlijks in ons land. De enige grote kolonie ligt in de Oostvaardersplassen. In topjaren huizen er meer dan 150 paren, maar bij droogte nog niet de helft. Elders kwamen soms een of enkele paren tot broeden, maar alleen de kleine vestiging in De Wieden lijkt vooralsnog bestendig. Wel houden zich in toenemende mate Grote Zilverreigers in de broedtijd op in grote moerasgebieden. De vestiging in Nederland correspondeert met een sterke toename in de Neusiedlersee (Oostenrijk) en Oost-Europa, naast het ontstaan van een kolonie in West-Frankrijk (Lac de Grand-Lieu).

Buiten broedtijd

Grote Zilverreigers zien we pas vanaf 1976 jaarlijks in ons land. Vanaf 1990 werden ze snel talrijker, in het kielzog van de toenemende broedpopulaties in eigen land (waarschijnlijk deels standvogel) en elders in Europa. Ringaflezingen tonen aan dat buitenlandse Grote Zilverreigers uit het oosten kunnen komen (Polen, Oekraïne) en het zuiden (Frankrijk), waarschijnlijk ook het zuidoosten (Neusiedlersee). De landelijke aantallen zijn het hoogst in oktober maar blijven de hele winter op een hoog peil. De verspreiding is dan heel ruim, met uitzondering van de zoute gebieden waar deze reiger relatief schaars is. In waterrijke poldergebieden en grote wetlands verblijven vaak meer dan 100 Grote Zilverreigers. Tellingen op gemeenschappelijke slaapplaatsen geven aan dat er landelijk meer dan 2500 exemplaren overwinteren. Strenge vorst leidt tot verplaatsingen en nieuwe concentraties bij open water, maar niet tot grote sterfte zoals bij de Kleine Zilverreiger.