Zanglijster

Wetenschappelijke naam

Turdus philomelos

Engelse naam

Song Thrush

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

120.000-160.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Zanglijster

Turdus philomelos

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half februari t/m eind juni

Datumgrenzen

20 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral in vroege ochtend (rond zonsopkomst) en avond (zonsondergang).

Aanwijzingen

Zang (meestal uit boomtop) en aanwijzingen voor nest: nestbouw (ook: verzamelen van modder, voor komwand), alarm (schetterend hoog geluid), transport van voedsel of uitwerpselpakketje (beide partners).
LET OP: massale zang veelal alleen gedurende korte periode rond zonsopkomst of zonsondergang. Korte snelle telronde dan effectief. Zangers 's avonds verplaatsen zich wellicht wat meer dan die 's ochtends.
Doortrek tot begin mei, maar doortrekkers zingen doorgaans niet, houden zich op in kleine groepjes en vaak buiten bos of andere broedbiotopen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 20 april t/m 30 juni
bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 30 juni

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in bossen, parken, grote tuinen en kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. Eileg van begin april tot begin juli, met pieken half april-half mei en juni. Twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 13-14 dagen, uitgevlogen jongen worden nog ca. 2 weken gevoerd.

Broedtijd

Zanglijsters broeden bijna overal waar voldoende bomen en struiken aanwezig zijn. De dichtheden zijn nergens zo hoog als in gevarieerd loofbos, jonge aanplant en groene stadswijken. Streng winterweer dat tot in Zuid-Europa doordringt zorgt voor inzinkingen in de landelijke stand, zoals het geval was rond 1985. Series van zachtere winters zorgen voor een snel herstel. Op de langere termijn gerekend zijn de landelijke aantallen toegenomen. In delen van de hogere zandgronden namen ze echter af.

Buiten broedtijd

In het westen en uiterste zuiden van het land overwinteren redelijke aantallen Zanglijsters, waarschijnlijk voor een deel eigen broedvogels. Ze houden zich graag in stedelijk gebied op. Elders in het land zijn overwinteraars minder gewoon. De voorjaarstrek speelt zich af tussen eind februari en begin mei; de meeste trek wordt eind maart en begin april vastgesteld. De aantallen zijn tijdens de najaarstrek tussen eind september en eind oktober echter veel hoger. In de kuststrook, maar soms ook in het binnenland, kunnen begin of half oktober meer dan 1000 Zanglijsters per dag passeren en zoeken groepjes overal in geschikte terreinen naar voedsel.