Beflijster

Wetenschappelijke naam

Turdus torquatus

Engelse naam

Ring Ouzel

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter

1-5 (2013-2015)

Beflijster

Turdus torquatus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Zang vooral in ochtendschemer, ook 's avonds.

Aanwijzingen

Bij late voorjaarswaarnemingen van paar of verdacht individu in geschikt biotoop (duin, heide) speciaal letten op zang, nestbouw, alarm en voedseltransport (vooral ochtend).
Let op ondersoort! Noordelijke ondersoort Turdus torquatus torquatus, bij ons een normale doortrekker, verschilt duidelijk van Midden-Europese broedvogel T. t. alpestris, die bij ons niet of zeldzaam optreedt maar tot in België en Midden-Duitsland gebroed heeft. Late trekkers kunnen alarmeren of zingen zonder nest te hebben. Nog in juni kunnen niet-broedvogels worden gezien. Pas op voor verwarring met partieel albinistische Merels die witte bef kunnen hebben!

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 15 juli

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Geen zekere broedgevallen uit Nederland bekend, wel enkele verdachte of onvoldoende gedocumenteerde gevallen. Broedgevallen in België en Duitsland geven aan dat broeden in Nederland niet geheel onmogelijk is. Uitgebreide documentatie dus noodzakelijk, met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. Geef details over verenkleed (ondersoort).

Bijzonderheden

Gedraagt zich bij nest niet territoriaal en duldt vreemde individuen.

Broedbiologie

In Duitsland in midden- en hooggebergte broedend in open naaldbos; nest vooral in jonge sparren. Eileg in mei, soms ook juni. Eén, mogelijk twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 12-16 dagen, jongen worden nog 2-3 weken verzorgd.