Waterspreeuw

Wetenschappelijke naam

Cinclus cinclus

Engelse naam

White-throated Dipper

Waterspreeuw

Cinclus cinclus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

15 maart t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, maar zang vooral 's ochtends.

Aanwijzingen

Waarnemingen van paar of verdacht individu in geschikt biotoop (snelstromend water), speciaal letten op zang (zowel mannetje als vrouwtje kunnen zingen; heldere zang verzinkt vaak in watergeruis), nestbouw en voedseltransport.
Voorzichtig controleren van oevers en stenen in beek nodig, met speciale aandacht bij watervalletjes en stuwtjes. Vogels vliegen snel op maar keren om aan einde territorium (600-1000 m langs beek, soms nog meer). Witte ronde poepjes op stenen in water en op oever kunnen aanwijzing zijn (maar pas op voor o.a. Grote Gele Kwikstaart, die zelfde maar kleinere poepjes achterlaat). Reeds in april uitvliegende jongen mogelijk.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 maart t/m 30 juni

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Onregelmatige broedvogel. Uitgebreide documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Slechts enkele broedgevallen bekend, waarvan het merendeel in Zuid-Limburg. Broedt net over de grens in België en op iets grotere afstand in Duitsland. Noordelijke wintergasten (ondersoort Cinclus cinclus cinclus kunnen aanwezig zijn tot eind maart of zelfs later; zijn door zwartbruine buik te onderscheiden van de Midden-Europese ondersoort C. c. aquaticus (roodbruine buik, evenwel niet altijd goed te zien), de enige waarvan wel eens broedgevallen in ons land zijn vastgesteld.

Broedbiologie

Weinig bekend over Nederlandse situatie! Gebonden aan snelstromende beken met stroomversnellingen (ook stuwtjes) en stenige ondergrond. Compact rond nest veelal aan bouwwerken, doorgaans boven (of achter) snelstromend water, soms in oevers; graag in nestkasten. Eileg eind maart tot half mei. Twee, misschien drie broedsels per jaar, meestal 3-6 eieren, broedduur 16-17 dagen, nestjongenperiode 20-24 dagen (maar jongen kunnen nest al vanaf dag 15 verlaten bij storing), jongen na 31-34 dagen zelfstandig.