Rouwkwikstaart

Wetenschappelijke naam

Motacilla yarrellii

Engelse naam

Pied Wagtail

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

10-40 (2008-2011)

Geschat maximum winter/doortrek

zeer klein aantal

Rouwkwikstaart

Motacilla yarrellii

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 10 juli

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Waarnemingen van paar of verdacht individu in geschikt biotoop noteren, speciaal letten op zang, nestbouw, alarm en voedseltransport.
Maak veldnotities omtrent verenkleed van iedere partner. Determinatieproblemen zijn groot. Sommige Witte Kwikstaarten lijken veel op lichte Rouwkwikstaarten (let op stuit, flanken en slagpennen) en zijn mogelijk hybride vogels. Mengparen met Witte Kwikstaart zijn veel gebruikelijker dan ongemengde paren. Sluit beschrijving in van verenkleed of maak foto's.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 20 mei t/m 10 juli

Fusieafstand

300 m

Documentatie

Geef details omtrent verenkleed en vermeld hoogste broedcode per geval.

Bijzonderheden

Voorkomen in Nederland wordt wellicht onderschat, maar is tegelijkertijd moeilijk te bepalen vanwege determinatieperikelen. Hoofverspreiding in noordwesten van het land. Systematische inventarisatie en aandacht aan 'witte' kwikstaarten is zinvol. Controleer bijv. tussen datumgrenzen zoveel mogelijk 'witte' kwikstaarten in vastomlijnd gebied en bekijk ze uitvoerig; noteer het aantal zuivere Witte Kwik- en zuivere Rouwkwikstaarten evenals onduidelijke gevallen.

Broedbiologie

Weinig over bekend uit de Nederlandse situatie, maar vermoedelijk grotendeels als Witte Kwikstaart. Deze nestelt in holen en nissen, graag aan gebouwen maar ook wel op de grond, in stapels stenen of ander materiaal enz. Eileg half april tot half juni. Twee tot drie broedsels per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 13-14 dagen, jongen na uitvliegen nog 4-7 dagen gevoerd.

Broedtijd

Determinatieproblemen vertroebelen het beeld van het voorkomen. Volwassen mannetjes zijn onmiskenbaar, vrouwtjes echter lastiger te onderscheiden van Witte Kwikstaarten. Bovendien duiken geregeld vogels op met onduidelijke kenmerken, mogelijk hybriden uit mengparen Rouwkwikstaart x Witte Kwikstaart. Los daarvan zijn het vooral gespecialiseerde waarnemers die op deze kwikstaarten letten en broedgevallen ontdekken. Desondanks staat wel vast dat de Rouwkwikstaart een schaarse broedvogel is van vooral het westen en noorden van het land. In ongeveer driekwart van de gevallen gaat het om mengparen met Witte Kwikstaart. Het is onbekend of de landelijke aantallen veranderen.

Buiten broedtijd

Rouwkwikstaarten worden vooral gezien tijdens de voorjaarstrek, wanneer ze dankzij het prachtkleed het gemakkelijkst te herkennen zijn. De trek speelt zich hoofdzakelijk af in maart en begin april, met een uitloop tot in mei. De meeste vogels lijken de kustlijn te volgen en zullen van daaruit oversteken naar de Britse Eilanden, het hoofdverspreidingsgebied. Najaarswaarnemingen zijn betrekkelijk zeldzaam. Brits ringonderzoek suggereert dat de vogels dan een westelijker koers aanhouden dan in het voorjaar.