Witte Kwikstaart

Wetenschappelijke naam

Motacilla alba alba

Engelse naam

White Wagtail

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

70.000-110.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

2000-8000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

10.000-50.000 (2008-2012)

Witte Kwikstaart

Motacilla alba alba

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m juli

Datumgrenzen

1 april t/m 10 juli

Tijd van de dag

Hele dag, maar zang vooral in ochtend.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen met nadruk op individu/paar in broedbiotoop (vooral roepende vogel[s] op dak, bij brug, en andere potentiële broedplaatsen), zang (nogal ingetogen en onopvallend, soms echter druk tijdens balts of in vlucht) en aanwijzingen voor nest: nestbouw (vooral door vrouwtje), alarm (fel reagerend op roofvogels en kraaien, soms in gezamenlijke actie met buurtparen achtervolgd), transport van voedsel of uitwerpselpakketje (beide partners).
LET OP: doortrek tot ver in april. Doortrekkers veelal in groepjes op akker en graslanden, zonder duidelijke binding aan bijv. bouwwerken. Broedparen in natuurlijke habitats (stuifzand, open duin, ook wel grote kaalslag) vaak onopvallend. Voedseltransport kan over vele honderden meters plaatsvinden en zegt dus weinig (maar let op waar de vogels naartoe gaan). Paren met uitgevlogen jongen alleen meetellen als deze (zeer) korte staartjes hebben (kunnen anders forse afstanden afgelegd hebben).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 april t/m 10 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Soort wordt door onopvallende zang gemakkelijk gemist. Speciale aandacht voor potentiële broedplaatsen (boerderijen, schuurtjes, bruggen, opslagplaatsen, soms ook geknotte wilgen en takken- of steenstapels) in april en begin mei kan voor duidelijkheid zorgen.

Broedbiologie

Broedt in open tot halfopen landschappen, zowel natuurgebied (stuivend duin, schrale heide) als agrarisch cultuurland (met schuurtjes, bruggen etc.) en bebouwing. Eileg van begin april tot half juli, met pieken eind april-eind mei en tweede helft juni. Twee tot drie broedsels per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 13-14 dagen, jongen worden na uitvliegen nog 4-7 dagen gevoerd.